maandag , 23 oktober 2017
Nieuwe vraag
Home » Vraag & Antwoord » Overige » Altruïsme (I’thar)
Altruïsme

Altruïsme (I’thar)

Altruïsme (i’thar), de voorkeur aan anderen geven boven jezelf bij het verrichten van een goede daad, betekent volgens de moralisten, het voorrang geven aan de gemeenschappelijke belangen van de gemeenschap over het eigen belang; volgens de spirituelen, houdt het in dat men zichzelf toewijdt aan de levens van anderen, in vergetelheid van alle eigen zorgen. Het is zelfopoffering in het belang van anderen.

Het tegenovergestelde van altruïsme is gierigheid en egoïsme die voortvloeien uit hebzucht en gehechtheid aan deze wereld. Zowel gierigheid als egoïsme worden beschouwd als redenen voor distantiëring van de Schepper, de schepsels, en het Paradijs. Terwijl gierigheid voortkomt uit hebzucht en gehechtheid aan de wereld, vloeien vrijgevigheid, welwillendheid en perfecte goedheid voort uit altruïsme.

Vrijgevigheid betekent dat gelovigen een deel van hun bezittingen aan anderen geven zonder enige onrust in het hart te voelen. Welwillendheid betekent het afhankelijk maken van het eigen geluk aan de hand van het geluk van anderen, en meer dan dat, namelijk het welzijn van anderen plaatsen boven het eigen geluk. Wat perfecte goedheid of uitstekendheid (Ihsan) betreft, betekent dit dat men de voorkeur aan anderen geeft, zelfs wanneer men zelf behoeftig is. De Koran verwijst naar dergelijke uitmuntendheid of de hoogste mate van altruïsme in dit vers (59: 9):

Zij verlenen hun voorrang boven zichzelf, zelfs indien ze zelf behoeftig zijn. Degenen die zichzelf beschermen tegen de gierigheid van hun ego. Diegenen, zij zijn welslagenden.

Altruïsme is waardevol wanneer men het vrij kan bereiken en volgen; het heeft geen waarde als men ertoe wordt gedwongen of als men een dergelijke handeling niet uit eigen vrije wil uitvoert.
De vrijgevigheid en welwillendheid die voortvloeien uit en die dimensies zijn van altruïsme hebben de volgende niveaus:

– Het opofferen van je ziel in Gods weg (voor de zaak van Allah), dus in het belang van geloof en voor het welzijn van de gelovigen en de samenleving, wordt beschouwd als de hoogste graad van nobelheid.
– In staat zijn, als het nodig is, om af te zien van een (terechte) aanspraak op leiderschap of soortgelijke hoge positie voor het welzijn en de eenheid van de samenleving, wordt gezien als altruïsme die een stap onder de eerste graad is.
– De voorkeur geven aan de (economische) welzijn van anderen boven de eigen welzijn, is een derde graad van nobelheid.
– Het toestaan van anderen om te profiteren van jouw kennis en ideeën, zonder er iets voor terug te verwachten, is een deugd, maar niet zo nobel als de voorgaande.
– Het geven aan anderen uit de eigen inkomen –dit bevat tevens de voorgeschreven en vrijwillige aalmoezen (zakaat en sadaqa).
– Warmte tonen, zacht spreken met vriendelijke woorden, nuttig zijn voor anderen, en het betrokken zijn bij verschillende instanties die goed doen. Dit zijn voorbeelden van altruïsme die bijna iedereen kan nastreven in elke situatie.

De eerste van deze niveaus van vrijgevigheid en welwillendheid is een diepe en fundamentele dimensie van altruïsme die niet iedereen kan bereiken. Maulana Jami ‘, de auteur van Baharistan (Het Land van Lente), drukt het als volgt uit:

Het is makkelijk om vrijgevigheid te tonen met goud en zilver. Zij die het meeste respect verdienen zijn zij die vrijgevig zijn met de ziel.

Bepaalde karakteristieken en niveaus van altruïsten zijn:
– Het aanbieden van voedsel en het voeden van anderen ten koste van de eigen honger en dorst, en jezelf negeren ten behoeve van de anderen, op voorwaarde dat de rechten van niemand wordt geschonden. Dit is een deugdzame karakteristiek van oprecht vrome, ‘heilige’ mensen.
– Ondanks alle tegenslagen, het besteden van de gunsten van Allah (God) in Zijn weg en puur voor Zijn welbehagen. Dit dient op zodanige manier te gebeuren dat de besteder zelfs vergeet dat hij het heeft besteedt op de weg van Allah. Deze deugd is vooral voor mensen die ‘dicht’ bij Allah staan, en die veel meer plezier ervaren in het geven dan te ontvangen.
– Alle prestaties toekennen aan Allah (God), zonder een aandeel in jezelf te zien, zonder er iets voor terug te verwachten, zelfs in de vorm van spirituele genoegens. Alles wat men doet moet in godsnaam zijn, door altijd bewust te zijn van Hem en door jezelf te ervaren als een schaduw van het licht van Zijn bestaan.

Deze laatste is de houding en handeling van zij die het dichtst bij Allah (God) staan, zoals in de eerste plaats de edelste van de mensheid en de grootste van alle tijden en plaatsen, Profeet Mohammed (v.z.m.h.). Zijn hemelvaart is een blijk van toekenning van de hoogste eer als een beloning voor zijn onophoudelijke inspanningen voor een perfecte kennis van God. Zijn terugkeer van de rijken voorbij de hemelen om weer onder de mensen te zijn in deze wereld is zo’n grote mate van altruïsme die niemand anders ooit heeft kunnen bereiken. Hij die het Paradijs zag en hij die zijn tranen liet vallen in de kuilen van de hel voor de redding van de mensheid is een blijk van de groots mogelijke vorm van altruïsme.