vrijdag , 17 augustus 2018
Nieuwe vraag
Home » Overleveringen » Karaktereigenschappen » De begroeting (Salaam)

De begroeting (Salaam)

Anas (moge Allah tevreden met hem zijn) heeft overgeleverd:

“O mijn zoon! Geef de Salam (begroeting) wanneer je je familie ziet, opdat deze Salam voor jou en je familieleden een zegen zal zijn.” (Tirmidhi)

Het brengen van de Salaam is niet alleen een fatsoensregel voor als je bijvoorbeeld iemand op straat ziet en hem wilt begroeten. Het is ook een genade-doe’a, een vertrouwenswoord en een zegen voor de maatschappij. Het brengen van de Salam dient niet alleen tegen buitenstaanders te worden gezegd, maar ook aan je vrouw, je kinderen en je buren. De hadith geeft blijde tijding dat deze begroeting een zegen zal zijn.


Sahl bin Muaz (moge Allah tevreden met hem zijn) heeft overgeleverd:

“Het is een plicht voor een persoon om de Salam te geven, wanneer hij een gezelschap binnenkomt en wanneer hij een gezelschap verlaat. De boodschapper vertelde op deze manier het belang van de Salam. Op dat moment stond een man op en verliet het gezelschap zonder de Salam te geven. De Profeet zei:
“Wat heeft hij het snel vergeten.” (Ahmad)

De Hadith vertelt ons dat men de Salam dient te geven, wanneer men in een gezelschap komt en wanneer men deze verlaat. Aan de andere kant wordt ook de sleur van de mens aan de orde gebracht. Een mens kan, ongeacht het feit dat hij een belangrijke regel gehoord heeft, dit binnen een paar seconden weer vergeten.