vrijdag , 17 november 2017
Nieuwe vraag
Home » Vraag & Antwoord » De Vijf Zuilen » Wat houdt de heilige maand Ramadan in?
Ramadan

Wat houdt de heilige maand Ramadan in?

De maand Ramadan, waarin de Qur’an als een leidraad voor de mensen, neergezonden (begon te worden) werd en (indien nagevolgd) als duidelijke tekenen van leiding en Onderscheid (tussen echt en vals). (2:185)

Eerste punt. Het vasten tijdens de Ramadan is een van de belangrijkste zuilen en grootste symbolen van de Islam. Vele doeleinden ervan, hebben te maken met de Heerschappij van Allah en het dankzeggen voor wat Hij geeft, alsmede met het individuele en collectieve leven van de mensheid, training en zelfbeheersing.

Een van de doelen die verbonden zijn met Zijn Heerschappij, is dat Allah de perfectie van Zijn Heerschappij laat zien en Zijn Genade en Barmhartigheid laat zien op Aarde, die Hij geschapen heeft als een tafel die Zijn zegeningen draagt, op een manier die de menselijke verbeelding te boven gaat. Niettemin, kunnen mensen zich door onachtzaamheid en de verblindende sluier van oorzakelijk verband, van de realiteit van deze situatie afkeren. Als een leger dat op orders om te marcheren wacht, tonen gelovigen tijdens de Ramadan aan het einde van de dag echter een houding van aanbidding, alsof ze verwachten dat hen verteld zal worden zichzelf tegoed te doen aan het banket dat de Eeuwige Monarch voor hen bereid heeft. Zo reageren zij met een uitgebreide en evenwichtige handeling van collectieve aanbidding op die bijzondere en universele manifestatie van Goddelijke Genade.

Tweede punt. Vanuit het standpunt van het verband met dankbaarheid aan Allah gezien, is een van de voorbeelden van wijsheid die in het vasten tijdens de Ramadan besloten liggen deze: Zoals in het “Eerste Woord” staat, is er een prijs verbonden aan het voedsel dat door een dienaar uit de keuken van de koning gebracht wordt. Het moge duidelijk zijn dat het ongelooflijk stom zou zijn om de dienaar een fooi te geven, zonder de koning te erkennen, [aangezien dat] een duidelijk gebrek aan respect voor het gegeven geschenk [zou betekenen]. Op dezelfde wijze spreidt God Almachtig Zijn ontelbare zegeningen over de Aarde uit en schenkt Hij ons die voor een bepaalde prijs: dankbaarheid.

De schijnbare oorzaken van deze zegeningen of degenen die ze ons brengen, lijken op de dienaar uit bovenstaand voorbeeld. We betalen dienaren, voelen ons aan hen verschuldigd en danken hen, terwijl ze slechts redenen of middelen zijn. Soms tonen we hen een mate van respect die ze niet verdienen. De Ware Gever van Zegeningen verdient onze dankbaarheid voor die zegeningen oneindig veel meer. Dergelijke dankzegging veronderstelt de vorm van het erkennen van onze behoefte aan de zegeningen, dat we ze volledig waarderen en ze direct aan Hem toeschrijven.

Het vasten tijdens de Ramadan is de sleutel tot een werkelijke, oprechte, toereikende en universele dankbaarheid. Veel mensen waarderen veel van de zegeningen die ze ontvangen niet, omdat ze geen honger kennen. Zo betekent een stuk droog brood niets voor degenen die verzadigd zijn, in het bijzonder als ze rijk zijn. De smaak die de gelovige bij het breken van de vasten gewaarwordt, bevestigt echter dat dit inderdaad een zeer waardevol geschenk van Allah is. Tijdens de Ramadan, ondervindt iedereen een dankbaarheid in het hart door de waarde van de Goddelijke zegeningen te begrijpen.

Tijdens het vasten bedenken gelovigen: “Deze zegeningen zijn oorspronkelijk niet van mij en daarom kan ik ze niet zuiver en alleen als voedsel en drinken beschouwen. Aangezien de Ene ze bezit en aan mij schenkt, dien ik op Zijn toestemming te wachten om ze tot me te nemen.” Door voedsel en drank op deze wijze als Goddelijke geschenken te beschouwen, danken gelovigen Allah stilzwijgend. Dit is de reden dat vasten een sleutel tot dankbaarheid is, wat een fundamentele menselijke plicht is.

Derde punt.Het vasten is in die zin aan het collectieve leven van de mensheid verbonden, dat Allah’s beslissing om niet iedereen van broodwinning te voorzien, betekent dat de rijken de armen dienen te helpen. Zonder het vasten, zouden vele rijke en zelfingenomen mensen de pijn van honger en armoede niet kunnen bevatten, of begrijpen in welke mate de armen zorg nodig hebben. Zorg voor onze medemens is een basis van werkelijke dankbaarheid. Er is altijd wel iemand die armer is, wat betekent dat iedereen die mensen dient te helpen. Wanneer mensen nooit honger ervaren, is het voor hen vrijwel onmogelijk om goed te doen of anderen te helpen. Zelfs als ze dat wel doen, kunnen zij dat slechts op onvolmaakte wijze, omdat zij de omstandigheden van de hongerige niet in dezelfde mate ervaren.

Vierde punt. Het vasten tijdens de Ramadan bevat vele Goddelijke doeleinden, die met training en zelfbeheersing verbonden zijn: Zo verlangt het zinnelijke zelf verlangt ernaar – en beschouwt het zichzelf als – om vrij en ongebonden te zijn. Van nature verlangt het naar een denkbeeldige heerschappij en vrij en eigenmachtig te kunnen handelen. Daar het niet geneigd is te denken dat het door de ontelbare zegeningen van God getraind en getest wordt, neemt het dergelijke zegeningen tot zich als een dier, op de manier van een dief of rover, met name wanneer zijn rijkdom en macht met onachtzaamheid gepaard gaan.

Tijdens de Ramadan begrijpt ieders ‘zelf’ dat het door Een Ander beheerd wordt, niet door zichzelf; dat het een dienaar is en niet zelfstandig opereert. Alleen wanneer het daartoe opgedragen of toegestaan wordt, kan het de meest gewone zaken, als eten en drinken ondernemen. Dit onvermogen slaat zijn ingebeelde heerschappij aan stukken en stelt het in staat zijn dienaarschap te erkennen en zijn werkelijke plicht van dankbaarheid te volbrengen.

Vijfde punt. Het vasten tijdens de Ramadan weerhoudt het zinnelijke zelf ervan in opstand te komen en tooit het met goede zeden. Door onachtzaamheid vergeet het zinnelijke zelf zichzelf. Het ziet, noch wil zijn inherente, oneindige onvermogen, behoeftigheid en tekortkomingen zien. Het denkt niet na over hoe het aan rampspoed wordt blootgesteld en aan verval onderhevig is, en hoe het uit vlees en botten bestaat, die snel uit elkaar vallen en vergaan. Het stort zich met een gewelddadige hebzucht en gehechtheid op de wereld, alsof het een lichaam van staal bezit en eeuwig zal leven en klampt zich vast aan al wat voordeel oplevert en plezierig is. In deze toestand vergeet het zijn Schepper, Die hem met volmaakte zorg traint. Gezonken in het moeras van onzedelijkheid, denkt het niet na over de gevolgen van zijn leven hier of in het hiernamaals.

Het vasten tijdens de Ramadan zorgt ervoor dat zelfs de meest onachtzame en koppige zijn zwakheid en aangeboren behoeftigheid ervaart. Honger wordt een belangrijk gegeven en herinnert hen eraan hoe fragiel hun lichamen eigenlijk zijn. Zij worden zich bewust van hun behoefte aan mededogen en zorg, en met het opgeven van hun arrogantie, proberen zij volkomen hulpeloos en wanhopig hun toevlucht te zoeken bij het Goddelijke Gerechtshof, kloppen zij met de hand van stilzwijgende dankbaarheid op de deur der Genade – uiteraard onder voorbehoud dat hun onachtzaamheid hen nog niet volledig verpest heeft.

Zesde punt.God begon de openbaring van de Qur’an tijdens de Ramadan. Dit heeft vele implicaties, zoals: Om de maand waarin de Qur’an, dat Goddelijke woord, geopenbaard werd, te kunnen verwelkomen, proberen gelovigen door niet te eten en te drinken, als engelen te zijn. Daarnaast dienen zij te proberen zich van de ijdele preoccupaties en lompe behoeften van het zinnelijke zelf te ontdoen. Tijdens de Ramadan dienen zij de Qur’an te reciteren of ernaar te luisteren alsof het voor de eerste keer geopenbaard werd. Indien mogelijk, dienen zij ernaar te luisteren alsof zij het door Profeet Mohammed gereciteerd horen worden, of alsof het door Aartsengel Djibriel (Gabriël) aan Profeet Mohammed, vrede zij met hem, gereciteerd wordt of door Allah via Djibriel (Gabriël) aan Mohammed, vrede zij met hem, geopenbaard wordt. Zij dienen de Qur’an in hun dagelijkse bezigheden te respecteren en het Goddelijke doel van de openbaring ervan te demonstreren door de boodschap ervan aan anderen te verkondigen.

De Ramadan transformeert de moslimwereld tot een enorme moskee, waarin miljoenen de Qur’an reciteren voor de Aardbewoners. Met het weergeven van de realiteit van: De maand Ramadan waarin de Qur ‘an (begon) neergezonden werd (2:185), bewijst de Ramadan dat het de maand van de Qur ‘an is. Terwijl sommigen in de omvangrijke gemeenschap in de grote moskee van de moslimwereld met eerbiedige plechtigheid naar de recitatie ervan luisteren, reciteren anderen de Qur ‘an. Het wordt ten zeerste afgeraden om deze hemelse spirituele gemoedstoestand te verzaken, door toe te geven aan het zinnelijke zelf en te eten en te drinken in de heilige “moskee,” omdat dit de woede van de gehele geloofsgemeenschap oproept. Daarnaast wordt het ten zeerste afgeraden en roept het de afkeuring en woede van de moslimwereld op, om de moslims die tijdens de Ramadan vasten, te hinderen of lastig te vallen.

Zevende punt. Het vasten tijdens de Ramadan dient vele doelen die met de spirituele beloningen van iemand verbonden zijn, omdat iedereen hier gezonden is om in deze wereld de zaden van het volgende leven te zaaien. De volgende paragrafen verklaren een van deze doeleinden als volgt:

De beloningen voor goede daden die men tijdens de Ramadan verricht heeft, worden met duizend vermenigvuldigd. Eén Overlevering stelt dat men voor elke letter van de Qur’an (die men reciteert) 10 beloningen ontvangt. Het reciteren van een letter betekent 10 goede daden en levert 10 vruchten uit het Paradijs op. Tijdens de Ramadan, wordt deze beloning echter met duizend of voor het “Vers van de Troon,” zelfs met nog meer vermenigvuldigd:

 Allah ! Er is geen god buiten Hem, de Eeuwig-levende, Op-ZichZelf-bestaande, Voorziener van allen. Sluimer en slaap hebben geen vat op Hem. Alles in de hemelen en op Aarde behoort aan Hem. Wie kan in Zijn aanwezigheid tussenbeide komen, tenzij Hij dat toestaat ? Hij weet wat voor en na en achter Zijn schepsels verschijnt en zij kunnen slechts zoveel van Zijn kennis vergaren, als Hij toestaat. Zijn Troon reikt over de hemelen en Aarde. Hij voelt geen vermoeidheid, tijdens het waken over en beschermen van hen, daar Hij de Hoogste, de Meest Verhevene is. (2:255)

Tijdens de vrijdagnachten van de Ramadan is de beloning zelfs nog groter. Tenslotte, wordt elke letter die tijdens de Nacht van Voorbeschikking gereciteerd wordt, met drieduizend vermenigvuldigd.

Tijdens de Ramadan wordt de Qur’an, waarvan het lezen van elke letter dertigduizend blijvende vruchten van het Paradijs voortbrengt, een enorme gezegende boom, die miljoenen blijvende vruchten van het Paradijs produceert. Bedenk hoe heilig deze handeling is, hoeveel het oplevert en hoe groot het verlies is voor degenen, die de letters van de Qur’an niet waarderen.

De Ramadan is dus de meest geschikte periode voor een dergelijke ‘winstgevende’ handeling met het oog op het hiernamaals. Het is als een zeer vruchtbare akker, waarop de oogst voor het hiernamaals groeit. Door de vermenigvuldiging van de beloning voor goede daden lijkt het op de maand april in de lente. Het is een heilig en bekend feest voor de parade van degenen die de Soevereiniteit van Zijn Heerschappij aanbidden.

Dit is de reden dat vasten tijdens de Ramadan verplicht is, waarom gelovigen de dierlijke honger van het zinnelijke zelf niet mogen bevredigen en zich niet mogen overgeven aan de nutteloze wensen ervan. Doordat ze door te vasten of zich met dergelijke zaken bezighouden, als engelen worden, weerspiegelt elke gelovige de Zelf-Voorzienigheid van Allah. Door zich gedurende een bepaalde tijd van de wereld afzijdig te houden, zijn zij op weg een zuivere ziel te worden, die zich door middel van een stoffelijk omhulsel manifesteert. In feite bevat de Ramadan en verwerven gelovigen door te vasten, een eeuwig leven na een korte periode in deze wereld.

Eén Ramadan kan gelovigen de waarde van 80 jaar aan beloning opleveren, aangezien de Qur’an verklaart dat de Nacht van Voorbeschikking meer oplevert dan 80 jaar, zonder een dergelijke nacht (97:3). Een koning kan een aantal dagen tot vrije dagen uitroepen om een bijzondere gebeurtenis, zoals zijn kroning te herdenken en zijn trouwe onderdanen op deze dagen vervolgens bijzondere gunsten verlenen. Op dezelfde manier heeft de Eeuwige en Verheven Koning van de 18.000 werelden de Qur’an, Zijn verheven verordening, tijdens de Ramadan aan elke wereld geopenbaard. Wijsheid vereist dan ook dat de Ramadan een bijzonder Goddelijk feest is, waarbij de Heer God gunsten over ons uitstrooit en geestelijke wezens tot elkaar komen. Met het gegeven dat de Ramadan een Goddelijk bepaald feest is, is het vasten verplicht gesteld, zodat mensen zich in bepaalde mate aan hun lichamelijke preoccupaties kunnen onttrekken.

Vasten stelt mensen tevens in staat de zonden die door hun lichamelijke zintuigen of lichaamsdelen begaan worden, te vermijden en deze voor de handelingen van aanbidding te gebruiken, die aan elk ervan verbonden is. Zo dienen degenen die vasten hun mond van liegen, kwaadspreken en vloeken te weerhouden, door deze bezig te houden met het reciteren van de Qur’an, het verheerlijken van God, het zoeken van Zijn vergeving en het afroepen van Zijn zegening over Profeet Mohammed, vrede en zegeningen zij met hem. Zij dienen hun ogen en oren ervan te weerhouden naar verboden zaken te kijken of te luisteren; in plaats daarvan dienen zij naar zaken te kijken die een spirituele les of morele waarschuwing bevatten en te luisteren naar de Qur’an en waarheden. Wanneer de fabriekachtige maag met werken stopt, kunnen andere lichaamsdelen (kleine werkkamers) deze makkelijk volgen.

Achtste punt.Eén doel van vasten is mensen op een lichamelijk en spiritueel dieet te zetten. Wanneer het zinnelijke zelf eet, drinkt en handelt zoals het wil, schaadt dit de lichamelijke gezondheid van mensen. Bovendien en veel belangrijker nog, ondervindt hun geestelijke leven schade, doordat ze geen onderscheid maken tussen wat is toegestaan en wat verboden is. Voor een dergelijk zinnelijk zelf is het zeer moeilijk om het hart en de ziel te gehoorzamen. Door geen enkele regel te erkennen, neemt het de teugels van een persoon in handen en doet het met hem of haar wat het maar wil.

Door het vasten tijdens de Ramadan went het zelf er echter aan zich aan een dieet te houden en wordt het door middel van zelfbeheersing getraind om te gehoorzamen. Wanneer de voorgaande maaltijd goed verteerd is, ondervindt de maag geen schade door overvoeding en kan deze, door te leren wat toegestaan is te laten staan, het gebod van rede en religie om te laten staan wat verboden is, opvolgen. Op die manier zal het zinnelijke zelf niet proberen het spirituele leven van zijn eigenaar te verpesten.

Bovendien, lijden mensen in verschillende mate honger. Om een langdurige honger geduldig te verdragen, dienen mensen zich in zelfbeheersing en soberheid te trainen. Het vasten voorziet in deze op geduld gebaseerde training door mensen 15 uur lang, of als de nachtmaaltijd gemist wordt, zelfs 24 uur te laten voelen wat honger is. Op deze wijze geneest het vasten mensen van ongeduld en gebrek aan volharding, wat het leed van de mensheid verdubbelt.

Vele lichaamsdelen dienen op een of andere wijze de maag. Indien deze ‘fabriek’ zijn dagritme niet tijdens een bepaalde maand stillegt, houden deze lichaamsdelen zich met zichzelf bezig, waardoor ze hun eigen aanbidding en verheven taken vergeten. Dit is de reden dat heiligen soberheid altijd verkiezen als manier om spirituele en menselijke volmaaktheid te bereiken. Het vasten tijdens de Ramadan herinnert ons eraan dat onze lichaamsdelen voor meer dan alleen het dienen van de maag geschapen zijn. Tijdens de Ramadan ervaren en genieten vele lichaamsdelen engelachtige en spirituele – in plaats van materiële – genoegens. Als gevolg daarvan is de mate waarin gelovigen die vasten spirituele genoegens en verlichting ervaren, gekoppeld aan hun niveau van spirituele volmaaktheid. Het vasten tijdens de Ramadan verfijnt iemands hart, ziel, verstand en meest innerlijke zintuigen. Zelfs wanneer de maag protesteert, verheugen deze zintuigen zich.

Negende punt. Het observeren van het vasten tijdens de Ramadan breekt de ingebeelde heerschappij van het zinnelijke zelf af, door het eraan te herinneren dat het van nature hulpeloos is en ervan te overtuigen dat het een dienaar is. Aangezien het zinnelijke zelf niet graag zijn Meester erkent, houdt het koppig vast aan zijn eigen heerschappij, zelfs wanneer het lijdt. Alleen honger kan een dergelijke houding veranderen.

Allah’s Boodschapper, vrede en zegeningen zij met hem, vertelt dat God Almachtig het zinnelijke zelf vroeg:

“Wie ben ik en wie ben jij ?” Het antwoordde: “U bent Uzelf en ik ben mijzelf.” Hoe erg Allah het ook strafte en hoe vaak Hij Zijn vraag ook herhaalde, Hij kreeg telkens hetzelfde antwoord. Toen Hij het echter aan honger onderwierp, antwoordde het: “U bent mijn Barmhartige Heer; ik ben Uw hulpeloze dienaar.”

O Allah, schenk onze meester Mohammed vrede en zegeningen op een manier die U behaagt en geef hem waar hij recht op heeft, naar aanleiding van het aantal beloningen voor het reciteren van de letters van de Qur’an tijdens de Ramadan, en ook zijn Familie en Metgezellen. Verheerlijkt zij uw Heer, de Meester van Eer en Macht; verheven boven al wat ten onrechte aan Hem toegeschreven wordt. Vrede zij met de Boodschappers en alle lof aan Allah, Heer der Werelden. Aamien.