zaterdag , 18 augustus 2018
Nieuwe vraag
Home » Vraag & Antwoord » Koran » De taal van de Goddelijke Boeken en de Profetische Overleveringen

De taal van de Goddelijke Boeken en de Profetische Overleveringen

De Koran gebiedt: Er is niets dat nat of droog is, of het staat in een geopenbaard Boek (6:59). De Koran omvat alles, maar niet in dezelfde mate, in de vorm van zaden, kerndeeltjes, samenvattingen, principes of tekens. Dingen zijn expliciet, impliciet, zinspelen ergens op, zijn vaag of suggestief. Elke vorm wordt gebruikt om aan de doelen van de Koran en de vereisten van de context te voldoen.

De Koran heeft vier hoofddoeleinden: het Bestaan en de Eenheid van God aan de mensen tonen en in hun hoofden en harten planten, Profeetschap, lichamelijke wederopstanding en het aanbidden van God en gerechtigheid. Om deze doelen te verwezenlijken, richt de Koran onze aandacht op de werken van God in het universum, Zijn niet te evenaren kunst die door de schepping wordt uitgedragen, de manifestaties van Zijn Namen en Eigenschappen en de prachtige, volmaakte orde en harmonie van het bestaan. Zij legt uit hoe wij de Schepper kunnen aanbidden en behagen, verhaalt herhaaldelijk over het andere leven en legt uit hoe we eeuwig geluk kunnen verwerven en gered kunnen worden van eeuwige straf. Zij vermeldt bepaalde historische gebeurtenissen en legt de regels van persoonlijk en sociaal goed gedrag, zeden en de beginselen voor een gelukkig, harmonieus sociaal leven, vast. Tevens bericht zij over belangrijke gebeurtenissen in de toekomst, met name die voor het eind der tijden plaats zullen vinden. Deze nemen een bijzondere plaats in: in zowel de Koran als de Profetische vertellingen.

De Koran is het laatste Goddelijke Boek en de Profeet Mohammed zijn laatste Profeet. Beiden verhalen derhalve over alle tijden, plaatsen en begripsniveau’s. Daar het overgrote deel van de mensen altijd een “gemiddeld” begripsniveau heeft, bezigen de Koran en de Profeet de gepaste stijl en taal om hen naar de waarheid en basisdoelen van de Koran te leiden. Om die reden komen symbolen, metaforen, allegorieёn, vergelijkingen en verhalen die uitleg behoeven, vrij veel voor. Degenen die goed zijn toegerust met kennis (3:7) weten hoe zij de Koran en de Profetische Overleveringen dienen te benaderen en tot hun voordeel kunnen benutten.

Een andere reden dat de Koran zich niet uitsluitend op toekomstige gebeurtenissen richt, is dat religie het toetsen en testen van het individu voor ogen heeft, zodat verlichte en minderwaardige zielen van elkaar gescheiden kunnen worden. Net zoals ruw gesteente verhit wordt om diamanten en steenkool, goud en aarde van elkaar te scheiden, testen Goddelijke verplichtingen bewuste wezens en laten zij hen wedijveren om zo het waardevolle “erts” in de “mijn” van het menselijk potentieel van het “afval” te scheiden.