vrijdag , 17 november 2017
Nieuwe vraag

Geest

De geest komt uit de wereld der Goddelijke Bevelen

Alhoewel de wetenschap nog niet klaar is om dit te aanvaarden, zijn er behalve de onderverdelingen in de wereld, zoals de werelden der planten, dieren en menselijke wezens en de wereld der djinn, vele andere werelden in het universum, de ene in de andere begrepen, boven de andere of de andere omvattend. Van deze werelden is het de zichtbare, materiële wereld waarin we leven en die zich aan onze zintuigen voorschotelt. Van de kleinste deeltjes tot de sterrennevels, is deze wereld de sfeer waar God Almachtig leven geeft, koestert, vernieuwt en laat sterven. Wetenschappen houden zichzelf bezig met de verschijnselen in deze wereld.

Boven de zichtbare, materiële wereld is er de immateriële wereld van de Goddelijke Wetten of Geboden. Om enige kennis van deze wereld te hebben, kunnen we bijvoorbeeld beschouwen hoe een boek of een boom of een menselijk wezen ontstaat. Het belangrijkste deel van het bestaan van een boek is de betekenis ervan. Zonder dit gegeven is het onmogelijk voor een boek om te worden gemaakt, ongeacht de hoeveelheid papier en de kwaliteit van de drukpers. Een tweede voorbeeld gaat over de kracht die een zaadje aanzet om te ontkiemen in de aarde en uit te groeien tot een boom. Dit gebeurt door de gave van de essentie van het leven en de wetten der kieming en de groei, die aan dit zaadje zijn geschonken. We kunnen zelfs met het blote oog de ontkieming van een zaadje en de verdere ontwikkeling tot een boom waarnemen. Maar de essentie van het leven en de wetten der groei en der kieming zijn noodzakelijk om de geboorte en de groei van een nieuw levend wezen te verzekeren, zelfs al zijn deze onzichtbaar of onwaarneembaar. Anders zouden er geen planten in de wereld zijn.

Op een gelijkwaardige manier, is het lichaam van een vrouw elke maand door menstruatie, voorbereid om te worden bevrucht. Dit proces wordt voorgeschreven door een biologische wet. Van miljoenen mannelijke zaadcellen die zich in het lichaam van de vrouw begeven, is er één die de eicel bereikt en deze bevrucht. Daarna stopt de menstruatie tot de geboorte. Ook dit proces wordt door een (andere) biologische wet geregeld. De ontwikkeling van het embryo in een nieuw individu, met vele tussenstappen, is een derde proces, geregeld door alweer een andere biologische of embryonale wet. Dit proces wordt in de Koran zeer uitdrukkelijk beschreven:

‘Mens!, Wij schiepen uit een essentiële vorm van klei. Dan hebben we hem als een druppel zaad in een rustplaats gezet, stevig bevestigd. Dan hebben we dit zaad, sperma, in een weefsel van samengeklonterd bloed omgevormd en maakten hier een klomp (embryo) uit. Dit voorzagen we van beenderen en bekleedden deze met spieren en vlees. Tenslotte ontwikkelden we dit tot een nieuw, onderscheiden en individueel, wezen. (Sura al Mu’minun S23, A12-14)

Dit proces gebeurt, volgens de beschrijving in de Koran, binnen drie sluiers van duisternis:

‘Hij schiep u in de lichamen van uw moeders, in verschillende stappen, één na één, in drie sluiers van duisternis.’ (al-Zumar, S39, A6)

Deze drie sluiers zijn de buikholte, het lichaam en het membraan of vlies. Het zijn de bestanddelen van de membranen der foetus of de drie gebieden van de ‘decidua’: decidua basalis, decidua capsularis en de decidua parietalis. Eigenlijk bespreken de Verzen elk van deze betekenissen.

We besluiten het bestaan van al deze wetten uit bijna ongewijzigde herhalingen van al deze processen. Op dezelfde manier, door het observeren van de natuurlijke verschijnselen rondom ons, besluiten we ook dat er nog vele andere wetten bestaan zoals de aantrekkingswet en de afstotingswet, en het bevriezen en het verdampen van water.

Daarom is de geest een wet, die zoals alle andere, voorkomt uit de wereld der Goddelijke Wetten en Geboden. Nochtans, in tegenstelling met al de andere wetten, is de menselijke geest een levende, bewuste wet. Het vers: ‘Zeg! de geest komt uit het Bevel van mijn Heer’ (al-Isra’ S17, A85) stelt dat de geest uit de wereld der Goddelijke Bevelen komt, niet uit de zichtbare, materiële wereld.

Indien de geest, van leven en bewustzijn werd ontdaan, dan zou het een wet worden. Als anderzijds de wetten, van leven en bewustzijn werden voorzien, dan zouden zij elk een geest worden.

De geest kan niet worden gedefinieerd en evenmin worden waargenomen aan de hand van wetenschappelijke informatie

Terwijl de materie in de materiële wereld is samengesteld uit atomen en deze uit nog kleinere deeltjes, is de geest een geheel. Omdat het een eenvoudig geheel is, kan die niet uiteenvallen. We kunnen de geest niet zien als een materieel ding. We kennen het doorheen de interacties en de uitingen in de materiële wereld. Alhoewel we het bestaan ervan aanvaarden en de uitingen observeren, kunnen we de natuur ervan niet kennen. Onze onwetendheid over de aard van iets, betekent niet dat het niet bestaat.

We zien met onze ogen diewe kunnen beschouwen als kijkinstrumenten. Het brein is het centrum van ons gezichtsvermogen. Je zegt nochtans niet: ‘mijn brein ziet’ maar ‘Ik zie’. Het zijn wij die zien, horen en voelen. Maar wie is het die wij :’ik’ noemen? Is het iets dat uit het brein komt of bestaat het in een brein en een hart en andere organen en leden? Waarom kunnen we niet bewegen als we gestorven zijn zelfs al zijn al onze organen en ledematen aanwezig? Werkt een fabriek uit zichzelf of doet een andere kracht dit die we ‘elektrische energie’ noemen? Elk defect of gebrek aan de fabriek die een verbreking veroorzaakt tussen de fabriek en de elektrische energie volstaat om het geheel in een puinhoop te veranderen. Zelfs al was het nog zo waardevol en productief. Is deze relatie te vergelijken met die tussen ons lichaam en onze geest?

Als de verbinding tussen ons lichaam en onze geest wordt verbroken, wat we de dood noemen, wordt het lichaam gereduceerd tot iets dat we zelfs geen paar uur langer willen bijhouden, omdat het zal wegrotten en uiteenvallen.

Nochtans is de geest geen vorm van elektrische energie. Het is een bewuste, krachtige zaak, die kan leren en denken, voelen en redeneren. Die zich voortdurend ontwikkeld, meestal parallel met de fysieke ontwikkeling van het lichaam, mentaal en spiritueel, doorheen leerprocessen, bezinning, geloof en aanbidding. Het is ook de geest die het karakter of de natuur bepaalt of identificeert van een individu. Dit maakt precies het individuele karakter uit, het onderscheid met anderen. De geest bepaald het unieke karakter van elke mens, identificeerbaar met eigen vingerafdrukken, eigen karakter, verschillende natuur en kenmerken ondanks hun samenstelling uit dezelfde basiselementen.

De geest beveelt de inwendige bekwaamheden van elke mens

God heeft aan elk schepsel een bijzondere ‘natuur’ gegeven:

‘Alles wat zich in de hemelen en de aarde bevindt, onderwerpt zich aan Hem, vrijwillig of niet en zal naar Hem terugkeren.’ (Al’ Imran, S3, A83)

‘Geprezen zij de Naam van uw Heer, de Hoogste, Die alle dingen heeft geschapen en hen goed heeft gevormd. Die aan elk van hen een bepaalde vorm heeft toegewezen en een bepaalde manier om hun bestemmingen te volgen en te bereiken. Zij werden geleid.’ (al-A’la, S87, A1-3)

Alles wat in het universum bestaat, het menselijk lichaam inbegrepen, handelt in overeenstemming met de ‘oorspronkelijke natuur’ die de Almachtige God eraan heeft toegewezen. Daarom kunnen we een strikt determinisme waarnemen in de werking van het universum. Wat we de ‘natuurlijke wetten’ noemen, zijn de namen die we geven aan de uitvoeringen of de kenmerken van de oorspronkelijke natuur die God voor alle schepsels heeft vastgelegd.

De oorspronkelijke natuur der dingen ‘bedriegt’ niet. God heeft bijvoorbeeld voor de aarde bepaalt om rond zichzelf en rond de zon te draaien, en daarom gebeurt dit ook voortdurend. Een zaadje zegt in de taal van zijn wezen en oorspronkelijke natuur: ‘Ik zal in de aarde kiemen, in de juiste omgeving en tot een plant uitgroeien.’ Dit voert het ook uit. Water verklaart dat het zal bevriezen bij 0° C en zal koken bij 100° C, dit doet het ook.

Op dezelfde manier zal het menselijk bewustzijn, zolang het gezond blijft, niet liegen. Als het niet wordt afgeleid door het lichamelijke ego van de mens of diens verlangens, voelt het diep in zich, het bestaan van God en vindt het vrede in geloof en eredienst aan Hem. Op die manier is het de geest die leiding geeft en bevelen opdraagt aan het bewustzijn en het geweten van een mens, en ook aan zijn andere capaciteiten. De geest zoekt de wereld waaruit het is gekomen en verlangt naar zijn Schepper. Tenzij het wordt overdondert door zonden en dwaling, zal de geest de Schepper vinden en in Hem het echte geluk vinden.

De geest heeft een diepe relatie met het verleden en de toekomst

Dieren hebben geen begrip van tijd. In overeenstemming met de oorspronkelijke natuur die God aan hen heeft toegewezen, leven zij alleen in het heden en voelen noch de pijn van het verleden noch de angst voor de toekomst. De mens daarentegen is diep beïnvloedt door de pijn van voorbije gebeurtenissen en tegenslagen en is ongerust over de toekomst, omdat zijn geest een bewust en voelend geheel is.

De geest is nooit tevreden met deze sterfelijke, voorbijvliegende wereld. Al de menselijke verworvenheden van wereldse dingen zoals geld, hoge posities en de bevrediging van alle wereldse verlangens samen, volstaan niet om de geest gelukkig te maken. Z laten integendeel de ontevredenheid en de rusteloosheid (verder) toenemen. De geest rust slechts door het geloof in God en her vereren en herinneren van Hem.

De mens voelt een sterk verlangen naar oneindigheid. Dit kan niet uit de fysische dimensie van het menselijk bestaan voortkomen. Want in dit opzicht is de mens sterfelijk, en het gevoel van oneindigheid en het verlangen ernaar kan niet uit dit sterfelijk bestaan komen. Dit gevoel of verlangen ontstaat eerder uit de eeuwigheiddimensie van het menselijk bestaan en het is zijn geest die deze dimensie omvat. Het is de geest die de mens doet zuchten: ‘Ik ben sterfelijk maar ik verlang niet naar wat sterfelijk is, ik ben machteloos maar ik verlang niet naar wat machteloos is. Wat ik verlang is een eeuwige geliefde, die me nooit zal verlaten, en ik verlang naar een eeuwige wereld.’

De geest vestigt zijn verbinding met de materiële wereld doorheen het lichaam.

De geest is een eenvoudig geheel dat uit de wereld der Goddelijke Bevelen komt. Om in de materiële wereld tot uiting en werking te kunnen komen, heeft het materiële vormen nodig. Het lichaam kan zelf niet in verbinding komen met de wereld der symbolen en immateriële vormen. De geest kan geen enkel contact tot stand brengen met deze wereld zonder de bemiddeling van het hart, het brein en andere organen en ledematen van het lichaam.

De geest functioneert dus doorheen alle zenuwen, cellen en andere elementen van het lichaam. Als er daarom iets mis loopt met een systeem of een orgaan in het lichaam, is de relatie van de geest met het orgaan in kwestie verbroken en kan de geest het niet langer bevelen. Indien het gebrek of de ‘ziekte’ die de breuk veroorzaakt, groot genoeg is om de verbinding met het hele lichaam te veroorzaken, treedt de dood in.

Sommige abrupte, willekeurige bewegingen van handen en vingers zijn het resultaat van het activeren van bepaalde delen van de hersenen. Deze bewegingen zijn zoals verwarde, betekenisloze geluiden die voorkomen door het willekeurig aantoetsen van een pianoklavier. Of beter gezegd: deze bewegingen zijn een automatisch antwoord van het lichaam op elke stimulans die voorkomt uit de automatische werking van het lichaam. Daarom heeft het lichaam een geest nodig die samenhangend is en een vrije wil heeft, om betekenisvolle bewegingen te maken.

Alhoewel psychoanalysen, zoals die van Freud, andere verklaringen trachtten te geven, kan van dromen niet worden gezegd dat ze bestaan uit verdraaide uitingen van het onbewuste zelf. Bijna iedereen heeft verschillende dromen gehad die nieuws uit de toekomst brachten en die waar gebleken zijn. Bovendien zijn er vele wetenschappelijke en technologische ontdekkingen geweest die gebeurden als gevolg van ‘ware’ dromen. Dus, zoals we later zullen bespreken, duidt de droom op een bestaan van een deel van de mens dat op verschillende manieren kan worden waargenomen terwijl de mens slaapt. Dit deel is de geest.

Alhoewel de geest ziet met de ogen, ruikt met de neus, hoort met de oren enz., is er een aanzienlijk aantal voorbeelden van mensen die het vermogen toonden om te zien met hun vingers of met de tip van hun neus en te ruiken met hun hielen.

Het is de geest die de gelaatstrekken bepaalt

De geest toont zichzelf meestal in het gelaat: een venster dat opengaat naar de inwendige wereld. Doorheen al zijn kenmerken, toont het gelaat het karakter van een mens.

Psychologen bevestigen dat bijna alle bewegingen, zelfs het kuchen, iemands karakter kan onthullen. Nochtans is het gelaat zo’n duidelijk teken om iemands karakter te ontdekken, de bekwaamheden en de persoonlijkheid gaven de aanleiding tot het ontstaan van een kunst die fysiognomie wordt genoemd. Dit is de kunst om iemands karakter te beoordelen aan de hand van gelaatstrekken, die door de geest worden bepaald.

Het is bekend dat de lichaamscellen voortdurend worden gewijzigd. Elke dag sterven er miljoenen en worden er cellen vervangen door anderen. Biologen zeggen dat het totaal aantal lichaamscellen om de 6 maanden ongeveer worden vervangen. Ondanks deze voortdurende vervanging blijft het gelaat ongewijzigd, met dezelfde hoofdkenmerken. Daardoor blijft herkenning mogelijk. Op dezelfde manier blijven ook iemands vingerafdrukken ongewijzigd. Noch het vernieuwen van de cellen in de vingers, noch de kwetsuren en schrammen die de vingers ondergaan, kunnen de vingerafdrukken veranderen. Nogmaals is het iemands geest, verschillend van alle andere geesten, die de stabiliteit verzekert van de individuele kenmerken.

Het is de geest die de morele, spirituele en intellectuele opvoeding ontvangt en karakterverschillen veroorzaakt tussen mensen

Het lichaam ondergaat een voortdurende verandering gedurende het hele leven. Deze verandering is gericht naar lichamelijke groei en ontwikkeling tot een zekere periode, waarin het sterker en perfecter wordt. Daarna nochtans, stopt deze groei en begint de aftakeling. In tegenstelling met deze evolutie die eerst naar groei en daarna naar afbraak en dood leidt, kan de mens het hele leven lang groeien in kennis en zich ook voortdurend ontwikkelen. Ook kan de mens op elk moment spirituele of intellectuele ‘afbraak’ ondergaan. Ook kan de groei en de afbraak op een bepaald punt stoppen en een andere richting opgaan, zowel op het lichamelijke als op het geestelijke vlak. De geestelijke, intellectuele en morele evolutie is volledig onafhankelijk van de lichamelijke veranderingen. De geestelijke, morele en intellectuele verschillen tussen mensen hebben evenmin iets te maken met hun verschillende lichamelijke voorkomens. Wat is dan de oorzaak van al deze verschillen als de mensen toch allemaal uit dezelfde structuren en basiselementen bestaan? Welk deel van de mens ontvangt de morele en intellectuele ontwikkeling en welk deel wordt lichamelijk getraind? Is er een verband tussen deze verschillende vormen van ontwikkeling? Steunen de verschillende ontwikkelingen elkaar? Dit kunnen we bevestigen: het wetenschappelijke, morele en intellectuele niveau hangt samen met een gezonde lichamelijke ontwikkeling. Laten we dan het bestaan van de geest aanvaarden die de verschillende ontwikkelingsvormen op elkaar afstemt. We kunnen leerprocessen, morele en geestelijke ontwikkelingen immers niet toeschrijven aan bepaalde biochemische reacties die in de hersens plaatsvinden: dit zijn slechts de uitwendige kenmerken ervan. Zijn deze processen bij iedereen even snel? Als dat zo is, bepaalt de snelheid dan de intellectuele ontwikkeling of is het net omgekeerd: zijn de meer ontwikkelde mensen in staat om hun denksnelheid te verhogen? Welke relatie hebben deze processen bovendien met de morele en spirituele ontwikkeling en opvoeding van een persoon? Hoe kunnen we de verschillen vaststellen die regelmatig gebed maakt op iemands gelaat? Waarom zijn de gelaatstrekken van de gelovigen helderder dan die van ongelovigen en zondaars?

Bovendien hebben we aangeduid dat de mens voortdurend lichamelijk verandert, groeiend, dan afbrekend en dat de lichaamscellen elke 6 maanden worden vervangen. De mens verandert niet in karakter, moraliteit en denkwijze. Hoe kunnen we dit verklaren, tenzij door het erkennen van het bestaan van de geest? Deze is het centrum van het denken, voelen, beslissen, kiezen en leren. De geest maakt de verschillen in meningen en voorkeuren tussen de mensen en hun verschillende karakters.

Het is de geest die voedt en gelooft of ontkent

Bovendien is de mens een wezen met ontelbare, complexe gevoelens. Hij bemint of haat, verheugt zich of is bedroefd, voelt zich gelukkig of ongelukkig, is hoopvol of wanhopig, koestert ambities en verwachtingen en voelt zich gerustgesteld of verveeld enz. De mens kan ook houden van iets of er afkerig van zijn, waarderen of misprijzen en hij kan angst of verlegenheid voelen, ook aanmoediging en enthousiasme. Hij kan berouw voelen, opwinding en verlangen. Als we door een woordenboek bladeren, komen we honderden woorden tegen die gebruikt worden om de menselijke gevoelens te beschrijven. En tussen de mensen zijn er grote verschillen in het beleven van gevoelens. Bovendien kan hij nadenken over gebeurtenissen die rondom hem gebeuren en over schoonheid in de schepping en ontwikkeling in het leren. De mens kan ook vergelijken en redeneren en zo tot geloof komen in de Schepper van alle dingen. Dan zal de mens, doorheen aanbidding en het uitvoeren van de Goddelijke regels, een moraliteit en een spiritualiteit ontwikkelen en een perfect mens worden. Hoe kunnen we dan al deze verschijnselen verklaren, anders dan door toe te geven dat de mens een bewust deel bevat, dat de geest is? Kunnen we deze vermogens toeschrijven aan chemische processen in de hersens?

De echte identiteit van een mens bestaat in diens geest

Als we de mens alleen bekijken als een lichamelijk geheel, vervaardigd uit bloed, beenderen, vlees en weefsels en alle bewegingen toeschrijven aan biochemische processen in de hersens, dan is er geen enkel wettelijk kader dat we moeten gehoorzamen. Immers, al de cellen van een mens worden om de 6 maanden vervangen. Veronderstel dat een man voor de rechtbank wordt gebracht omwille van een moord die een jaar eerder werd begaan. Het volgende gesprek vindt plaats tussen hem en de rechter:

-Wanneer hebt u die moord begaan?
-Een jaar geleden.
De rechter kondigt het vonnis aan:
-Vermits de moord een jaar geleden werd uitgevoerd en de cellen van de beschuldigde, ook die van de vinger die de trekker van het wapen overhaalde, volledig door nieuwe cellen werden vervangen, is het onmogelijk om de dader te straffen. De rechtbank heeft beslist de beschuldigde vrij te laten.

De mens is dus niet alleen een lichamelijk geheel. Zijn bewegingen, gedachten, ideeën en beslissingen zijn niet het resultaat van biochemische processen in de hersens. Het belangrijkste deel van de mens is zijn geest, die levend en bewust is, en die voelt, denkt, gelooft, wilt, beslist en het lichaam beveelt. Het lichaam is het instrument van de geest, dat gebruikt wordt om beslissingen in handelingen om te zetten.

De geest is de basis van het menselijk leven

Zoals eerder werd verduidelijkt, handelt God in de materiële, zichtbare wereld achter de sluier van oorzaken. Nochtans zijn er achter deze wereld nog vele andere werelden of sferen. Zoals de wereld der ideeën, de wereld der symbolische of immateriële vormen, de wereld der inwendige dimensies van dingen en de wereld der geesten, waar God rechtstreeks handelt en die met oorzaken of materie niets meer gemeenschappelijks heeft. De geest wordt rechtstreeks in het embryo ingeblazen zonder tussenkomst van oorzaken. Het is een directe uiting van de Goddelijke Naam: de Al-Gevende en daardoor de basis van het menselijk leven. Zoals natuurlijke wetten, die uit dezelfde sfeer komen waar ook de geest van uitgaat, is de geest onzichtbaar en gekend doorheen zijn uitingen.

In deze wereld is de materie verfijnd om het leven te bevorderen. Een levenloos lichaam, om het even hoe groot, als een berg, is alleen, passief en statisch. Maar het leven staat een lichaam toe, zo klein als dat van een bij, bijvoorbeeld, om uitwisselingen uit te voeren met bijna de hele wereld en het zo ver voert dat het kan zeggen: ‘Deze wereld is mijn tuin en de bloemen zijn mijn handelspartners.’ Hoe kleiner een levend wezen is, hoe actiever, verbazender en krachtiger het leeft. Een bij, een vlieg of zelfs een micro-organisme kan worden vergeleken met een olifant. Bovendien, hoe verfijnder de materie is, des te actiever en krachtiger is een lichaam. Als bijv. hout brandt, ontwikkelt het hitte en ontstaat er koolstof, bij verhitting verdampt het water. In de wereld der atomen en hun deeltjes, ontmoeten we elektrische energie, die kunnen we niet zien maar we kunnen er de kracht van kennen door de uitingen. Dit betekent dat het bestaan niet is samengesteld uit de visuele, materiële wereld. Deze wereld is alleen de duidelijke, veranderlijke en onstabiele uiting van het bestaan. Hierachter ligt de zuiver onzichtbare dimensie, die de materie gebruikt om te worden gezien en gekend. De geest behoort dus tot deze dimensie en is daarom zuiver en onzichtbaar.

De argumenten voor het bestaan van de geest duiden ook op het bestaan van de Schepper. Het zijn de volgende:

1.     Net als het lichaam, dat God heeft geschapen uit elementen, heeft de geest het lichaam nodig om het te bevelen en te besturen en heeft het universum God nodig, met alles wat het bevat, om te kunnen ontstaan en te worden bevolen en bestuurd.

2.     Er is één enkele geest voor één enkel lichaam om dit te doen laten leven en te besturen. Dus moet er één enkele Heer zijn, zonder gelijken, om het universum te scheppen en te beheren. Anders zou de ramp en de verwarring onvermijdelijk zijn.

3.     We kunnen niet zeggen dat de geest zich op een bepaalde plaats bevindt of deel is van het lichaam. Het kan het lichaam zelfs verlaten, het heeft er immers geen vaste plaats in. Dit gebeurt bij dromen, er is dan een speciale streng die nog voor verbinding zorgt. Op dezelfde manier is God Almachtig niet bepaald of beperkt in tijd en ruimte. Alhoewel Hij overal aanwezig is op elk moment, is Hij nergens. Nochtans is de geest in het lichaam, beperkt in de tijd en in de ruimte.

4.     De zon is één en de wereld is er ver van verwijdert. Maar de zon is overal aanwezig in de wereld door de hitte en door het licht, en kan zelfs in elk doorschijnend ding op aarde worden waargenomen door de weerkaatsing. Daarom kan worden gezegd dat de zon dichter bij de dingen is dan dat zij bij zichzelf zijn. Op dezelfde manier heeft de geest een relatie met het hele lichaam en tegelijk ook met elk der cellen die deel uitmaken van het lichaam. Dit is een vergelijking om de relatie van God met het bestaan te verduidelijken. Hij controleert en richt alle dingen op hetzelfde moment, als één enkel ding en alhoewel we ons ver van God bevinden, is Hij dichter bij ons dan dat we zelf zijn.

5.     De geest is onzichtbaar en zijn natuur is ons onbekend. Op dezelfde manier is God verschillend van de geest, hoeveel we ook eraan denken en ons God trachten voor te stellen. Gods Essentie is helemaal niet voorstelbaar. Zoals de geest, is de Almachtige God alleen kenbaar doorheen de uitingen van Zijn Namen, Kenmerken en Essenties.

De geest heeft een eigen inkleding en behuizing

Het lichaam is niet de behuizing van de geest. Als deze het lichaam verlaat, bij het sterven, gebeurt dit niet zonder behuizing, de geest is dan niet naakt. Deze inkleding is zoals het ‘negatief’ van het materiële lichaam en wordt bij verschillende namen genoemd zoals het omhulsel van licht, de etherische gestalte der mens, energievorm, tweede lichaam, astraal lichaam, het dubbel van de mens en spook. De foto van dit lichaam kan worden genomen door Kirilische fotografie. In deze foto’s, genoemd naar de naam van de fotograaf die dit uitvond, zijn zelfs geamputeerde ledematen te zien.

Embryologen zijn verbaasd om in de Koran en in de Hadith informatie te vinden over de ontwikkelingsfazen van het embryo. De meest omvattende terminologie wordt gebruikt om naar elke fase te verwijzen en de volgorde is correct, het verslag is volledig. De Koran leert ons over de beginfase der schepping van het embryo en de belangrijke ontwikkelingen in elke fase. Deze informatie is recent ook ontdekt door geleerden met behulp van verfijnde methodes en moderne technieken. Zie hiervoor: Keith L. Moore, The Developping Human, (Met Islamitische toevoegingen door A. az-Zindani, 1982)