maandag , 20 augustus 2018
Nieuwe vraag
Home » Vraag & Antwoord » Overige » Hoe moet ik me balanceren tussen goed zijn voor andere mensen, mezelf wegcijferen en weinig zelfvertrouwen?
Goed

Hoe moet ik me balanceren tussen goed zijn voor andere mensen, mezelf wegcijferen en weinig zelfvertrouwen?

Goed zijn voor anderen, jezelf wegcijferen en andere goede daden moet je niet voor jezelf of voor anderen doen, maar voor Allah. Doel moet zijn om Allah te behagen en niet om jezelf goed te voelen of innnerlijk genot te krijgen en trots te zijn vanwege je verrichte goede daden.

….wees goed voor de ouders en de verwanten en de wezen en de behoeftigen en de verwante buren en de goede vrienden en de reizigers….. Voorwaar Allah houdt niet van trotse hoogmoedigen. (Koran 4:36)

Door alle goede daden alleen voor Allah te verrichten krijg je innerlijke rust en zullen je simpele daden vruchtbaar worden in het hiernamaals.

Als deze daden verricht worden zonder het welbehagen van Allah te willen, worden deze onvruchtbaar en leveren niets op.
In plaats van een beloning van de Gulle Schenker te verwachten ga je je verwachtingen zetten op een nietszeggend en waardeloos ‘bedankje’ van de mensen. En als zelfs deze simpele ‘dank’ niet wordt gegeven, kan je in stress en depressie raken omdat je denkt dat je ‘goedheid’ niet wordt gewaardeerd.

Wij raken uit balans omdat we in plaats van Allah, van de verkeerde (ondankbare) personen beloning of goedkeuring verwachten voor onze ‘goede’ daden. Balans kunnen we alleen vinden als we onze daden alleen voor het welbehagen van Allah verrichten, en onze beloning alleen van Hem verwachten.
Een oprecht gelovige moslim heeft geen (behoefte aan) zelfvertrouwen. Hij/zij heeft vertrouwen in Allah. Waarom zou je je vertrouwen in je oneindig zwakke, oneindig arme , oneindig behoeftige en zielige ‘zelf’ stellen i.p.v. de Almachtige Allah die de Macht heeft over alles.

Jezelf wegcijferen kan je alleen als je je goede daden ook wegcijfert. Als je je goede daden nooit meer ter sprake brengt en zelf niet eens meer herinnert. Dit lukt alleen als je bewust bent van onze Gulle Allah die alle goede daden opslaat en in het hiernamaals hiervoor de beloning rijkelijk zal geven.

Laten we kijken naar een voorbeeld van de sahabah (metgezellen van de profeet), moge Allah tevreden zijn over hen. Aan de hand van dit voorbeeld kunnen we onze nefs (ego) die gromt en brult over zijn goede daden en ‘zelfoffering’ een spiegel voorleggen en kijken hoe ‘wegcijferend’ en ‘opofferend’ we zijn.

Huzeyfe-tul Adewie, moge Allah tevreden over hem zijn, metgezel van onze geliefde Profeet, vrede en zegeningen zij met hem, verhaalt:

“De hevige strijd in Yermoek was gestreden, de zwaar gewonde moslims lagen in de verschroeiende woestijnzand hun laatste adem uit te blazen. Met moeite stond ik op en ging ik op zoek naar mijn neef. Na een poos vond ik hem liggend in een grote plas bloed, hij had nauwelijks de kracht om te gebaren. Ik liet hem mijn waterkruik zien en vroeg of hij water wilde. Hij kon niet praten maar aan zijn blik en zijn door de hitte opengescheurde lippen was duidelijk te zien dat hij uitgedroogd was en snakte naar een druppeltje water. Ik opende de waterkruik en wilde deze naar zijn lippen brengen, op dat moment hoorden we iemand hard kreunen. Mijn neef weigerde te drinken en gebaarde met zijn ogen dat ik het water naar diegene moest brengen die zo hard kreunde. Ik rende naar de kreunende gewonde en zag dat het Hisjam bin As was. Ik vroeg of hij water wilde, ook hij was te zwak om te praten en knikte ‘Ja’. Net op het punt dat hij wilde drinken hoorden we een andere gekreun. Ook Hisjam weigerde nu het water te drinken en gebaarde dat ik het water naar die gewonde moest brengen. Ik rende naar die gewonde maar zag dat ik te laat was, hij was sjehied (martelaar) geworden. Ik haaste me terug naar Hisjam om hem water geven en zag dat hij ook sjehied was geworden. Rennend ging ik terug naar mijn neef, om hem water te geven, maar ook hij was sjehied geworden in de verschroeiende woestijn hitte. Ik stond daar, tussen drie sjehieds met een volle kruik met water” (Hakiem 3, 270/5058, Koertoebi 17/28)