donderdag , 21 september 2017
Nieuwe vraag
Home » Vraag & Antwoord » Overige » Wat is Miraj (hemelvaart)?
Hemelvaart

Wat is Miraj (hemelvaart)?

Mir’aj (hemelvaart) houdt een reeks van gebeurtenissen in die begonnen met de nachtreis -die Isra heet- welke de Profeet zowel geestelijk als lichamelijk maakte, met de opdracht van Allah, middels een speciale drager die ‘Buraq’ wordt genoemd. Samen met engel Gabriel gingen zij van Masjid Al-Haram in Mekka naar Masjid al-Aqsa in Qudus (Jeruzalem). Vanuit dit punt deed zich de hemelvaart voor, middels (een soort goddelijke lift) tot aan de hemelen en Sidra al-Muntaha. Vanaf hier kan zelfs engel Gabriël niet verder en bestijgt de nobele profeet een spiritueel wezen ‘Rafraf’ om zo te verschijnen voor Allah. Dit leidde ertoe dat de nobele profeet Allah had gezien en gesproken, buiten de grenzen van plaats en tijd (op een manier die wij niet kunnen bevatten). Allah is immers niet gebonden aan plaats en tijd, welke Zijn Eigen scheppingen zijn en Hij geen gelijkenissen toont met Zijn scheppingen.

Deze hemelse reis, die uit twee fasen bestond, gebeurde in het twaalfde jaar van de profeetschap van de profeet, in de zevenentwintigste nacht (ongeveer twintig dagen na de nacht van Raghaib) van de maand Rajab, die de eerste van de heilige drie maanden is. Omdat de Lailat al-Qadr (Nacht van de Macht) ook de zevenentwintigste nacht van een maand is, namelijk van de maand Ramadan, is er een mystiek ‘toeval’ tussen hen. Zo zeiden bepaalde geleerden dat het de heiligste nacht is na de Laylat al-Qadr met de woorden: “de Nacht van de Mir’aj is als een tweede Laylat al-Qadr.” Het was een troost en een goddelijk geschenk voor de Boodschapper van Allah (en moslims) die waren bedroefd door de dood van Khadija (vrouw van de profeet) en Abu Talib (oom van de profeet) en verstoord door de aanvallen van de stam Taif en de driejarige belegering van Mushriks (afgodendienaars). De eerste heilige nacht van de drie maanden is de Nacht van de Raghaib en de tweede is de Nacht van de Mir’aj.

De Surah Isra (17/1) in de Heilige Koran vertelt over de Isra gebeurtenis en de Surah an-Najm, welke een voortzetting van Isra is, vertelt over de Mir’aj. Onze profeet legde deze mystieke reis, die een beetje heimelijk is uitgedrukt in de Koranverzen, gedetailleerd uit in de Hadith.

Op een avond, toen hij in slaap viel bij de Kaaba of het huis van Ummuhan bint Abu Talib, opende engel Gabriel de borst van de nobele profeet. Nadat engel Gabriel het edele hart van de profeet met Zamzam water had gewassen en dit vulde met geloof en wijsheid, zette hij het weer terug. Daarna vlogen ze met een witte ‘drager’, Buraq, naar al-Masjid al-Aqsa (in Jeruzalem), die normaliter een maand afstand was met de voet. De profeet Mohammed (vrede zij met hem) werd imam van de zielen van alle profeten en samen verrichtten ze het gebed. Dit betekende tevens dat de Profeet Mohammed (v.z.m.h.) de Zegel der Profeten en de bevestiger en opvolger van de wetten van alle voorgaande profeten was.

Vervolgens werd hij geleid tot de Zeven Hemelen om te reizen in de hemel met een spirituele lift (Mir’aj). Hij ontmoette Adam in de eerste hemel: Isa (Jezus) en Yahya (Jona) in de tweede hemel, Yusuf (Jozef) in de derde hemel, Idris (Enoch) in de vierde hemel, Harun (Aaron) in de vijfde hemel, Musa (Mozes) in de zesde hemel, en Ibrahim (Abraham) in de zevende hemel. Hij zag het Hiernamaals met alle details van de engelen tot aan de hel en de hemel toe. Hij reisde door de spirituele wereld en deze wereld.

Toen nam engel Gabriel de Profeet naar de hogere delen van de hemel tot ze Sidrat ul Muntaha hadden bereikt (voorbij dit punt heeft niemand toegang, inclusief Engel Gabriël). Gabriel zei: “Hier is Sidrat al Muntaha. Als ik dit punt overschrijd, zal ik verbranden.”

Onze Profeet werd de vier heilige rivieren en Al-Bait-ul-Mamur getoond, die elke dag door zeventig duizenden engelen wordt bezocht. Bovendien, reisde hij door Jannatul Ma’wa die het paradijs van martelaren en Muttaqis was. Na engel Gabriel achter gelaten te hebben, ging de profeet naar Arsh al-A’la via de eerdergenoemde Rafraf en bereikte hij het verste punt, Qab Qawsayn, die het eindpunt van de toegankelijke plaatsen en het beginpunt van de andere rijk was. Hij (v.z.m.h.) kwam zo heel ‘dichtbij’ tot Allah. Hij zag Allah en sprak met Hem, buiten de grenzen van tijd en plaats (op een manier die wij niet kunnen bevatten). Toen ging hij terug naar Sidrah met de Rafraf. Daar zag hij Gabriel weer keerden in een oogwenk terug naar de wereld.

De Sultan van de profeten, Mohammed (v.z.m.h.) zei: “Ik heb niets mooiers dan Mir’aj gezien” en bracht vele geschenken voor zijn ummah (gemeenschap) van Mir’aj. Als eerste: hij bracht de vijf gebeden. De gebeden die worden uitgevoerd met Ihsan (het aanbidden van Allah alsof je Hem zien) zullen een lift van Mir’aj voor elke moslim zijn. Ten tweede: hij bracht de Verzen genaamd “Amanar Rasulu”. (Al-Baqarah, 2 / 285-286) Ten derde: hij bracht twaalf islamitische regels, die zijn vermeld in de verzen 22-39 van de Surah Isra. Ten vierde: hij bracht het goede nieuws dat de zonden van de mensen die stierven, zonder het toekennen van partners aan Allah, zouden worden vergeven en dat ze het paradijs zouden betreden. Ten vijfde: hij bracht het goede nieuws dat iemand zelfs voor een goede intentie beloond zou worden met één beloning. Indien de daad ook nog uitgevoerd zou worden, zou het tien beloningen opleveren. En indien iemand een slechte intentie heeft, zou er geen zonde worden genoteerd, en indien deze persoon zijn slechte intentie daadwerkelijk uitvoert, zou er slechts één zonde worden genoteerd.

Een ander geschenk waren de heilige woorden die bekend staan als At-Tahiyyah, wat de groeten en het gesprek tussen Allah en onze Profeet bevat, en door het herhalen van die woorden in elk gebed herinneren we dit Heilige gesprek en zijn we gezegend met het gevoel alsof we in dezelfde positie verkeren.

De Zegel der Profeten opende de weg om naar Allah te ‘gaan’ met Mir’aj, welke een sayr Suluk (spirituele reis) is in de Goddelijke rangen. Hij liet ook de deur op een kier voor zijn ummah, die hem zal volgen, zodat zij met ziel en hart zullen bevorderen op het Goddelijke Pad, afhankelijk van hun capaciteiten. Elk van de vijf gebeden die verplicht werden gesteld als gevolg van de Mir’aj, is een Mir’aj voor de moslims. Het is een kleine Mir’aj die voortkomt van de Grote Mir’aj (van de nobele profeet). Het toppunt van deze kleine Mir’aj is de Sajdah (prosternatie). Het is het moment waarop een mens het ‘dichtst’ (niet fysiek!) bij Allah is. Elke moslim ‘gaat’ naar Allah met een soort Mir’aj (Salah), wanneer hij bidt.

Geleerden vestigden aandacht op deze nacht als een spirituele kans waarvan goed geprofiteerd dient te worden. “De Nacht van de Mir’aj is als een tweede Laylat al-Qadr. De beloningen voor de aanbiddingen op deze avond, zullen toenemen.”