Doneer Stel een vraag
Artikelen

Kaffara voor verbroken eden in de Maliki‑madhhab

Vier madhhabs Leestijd 5 min Bijgewerkt 26 maart 2026

Inleiding

Een eed (Arabisch: yameen) is in de islam geen lichtzinnige uitspraak. Wie bij Allah zweert, belooft plechtig iets te doen of te laten. Soms leggen mensen een eed af om zichzelf te beschermen tegen het terugvallen in een bepaalde zonde. Maar wat als men uiteindelijk toch zwicht? De Maliki‑school heeft duidelijke regels over wanneer een eed vervalt, hoeveel expiatie (kaffara) nodig is en hoe die uitgevoerd moet worden. Dit artikel legt de basisregels uit en geeft praktische tips.

Eén eed, één kaffara

Volgens de Maliki‑madhhab wordt een eed ontbonden zodra zij voor het eerst wordt gebroken. Er is dan slechts één kaffara verschuldigd, ook al begaat men later dezelfde overtreding opnieuw[1]. Wie bijvoorbeeld meerdere keren zondigt tegen een door zichzelf uitgesproken eed om te stoppen met gokken, hoeft niet na elke terugval opnieuw een kaffara te verrichten. Het volgende onderscheid is wel belangrijk:

  • Één eed met meerdere zonden: als men één eed aflegt over twee zonden tegelijk (bijvoorbeeld: “Ik zweer dat ik niet meer rook of drink”), dan is er voor beide zonden samen maar één kaffara nodig wanneer men zijn eed verbreekt.
  • Meerdere eden: als men twee afzonderlijke eden heeft afgelegd (bijv. één eed om te stoppen met roken en een andere eed om niemand meer te beledigen), dan brengt iedere eed een aparte kaffara met zich mee.
  • Herhalende formuleringen: gebruikt men in de eed woorden als “elke keer” of “telkens wanneer”, dan wordt de eed bij elke overtreding opnieuw van kracht. In dat geval is er een nieuwe kaffara vereist.

Met andere woorden: de Maliki‑wetgeving kijkt naar de formulering en bedoeling van de eed. Als er geen aanwijzing is voor herhaling, dan hoeft men slechts één keer expiatie te verrichten voor een verbroken eed.

Drie manieren om de kaffara te verrichten

Allah noemt in de Qurʾān drie manieren om een eed te compenseren (Surah al‑Mā’ida 89). De Maliki‑geleerden gaven de volgende praktische invulling:

  1. Tien arme mensen voeden. U geeft iedere persoon een mudd (ongeveer 750 gram) van het basistand voedsel van uw regio, bijvoorbeeld rijst, tarwe, mais of dadels. Voor extra zekerheid is een halve saaʿ (ongeveer 1,5 kg) per persoon aan te bevelen. Het voedsel moet van gemiddelde kwaliteit zijn; het geven van alleen fruit of koekjes voldoet niet.
  2. Tien arme mensen kleden. Voor een man is dat een kledingstuk waarmee hij het gebed kan verrichten (bijv. een lange jurk of thobe), en voor een vrouw een jurk met hoofdbedekking. Een enkel kledingstuk, zoals alleen een broek, is onvoldoende. U kunt de kleding rechtstreeks geven of via een betrouwbare organisatie verspreiden.
  3. Een slaaf bevrijden. Deze optie komt in de moderne context nauwelijks voor.

Vasten als alternatief

Alleen wanneer iemand daadwerkelijk niet in staat is om tien armen te voeden of te kleden, mag hij of zij drie dagen vasten als expiatie. Belangrijke punten:

  • De onmogelijkheid wordt beoordeeld op het moment waarop men de kaffara wil uitvoeren. Als u op dat moment geen geld of middelen hebt, dan mag u fasten. Wordt u later wel welvarend, dan hoeft u niet alsnog te voeden of te kleden.
  • Het is niet toegestaan te vasten terwijl u wél in staat bent om te voeden of te kleden; volgens de Maliki’s is de geldigheid van de kaffara dan twijfelachtig.
  • Vasten is bij voorkeur drie opeenvolgende dagen, maar volgens sommige Maliki‑geleerden mag het ook verspreid worden als dat makkelijker is.

Geld geven aan een organisatie – mag dat?

In de klassieke Maliki‑literatuur wordt benadrukt dat de kaffara in de vorm van voedsel of kleding moet worden gegeven en niet als geld. Verschillende moderne geleerden staan een geldelijke bijdrage toch toe, omdat een organisatie daarmee voedsel voor de armen kan kopen. Zelfs als men vasthoudt aan de traditionele regel is het toegestaan om een betrouwbare zakat‑ of liefdadigheidsinstelling te machtigen om de kaffara voor u uit te voeren. U betaalt het vereiste bedrag aan hen, zij kopen er voedsel van en delen dat uit aan tien armen. Vergeet niet te vermelden dat het om een kaffara gaat zodat het geld correct wordt besteed.

De islamitische regel is dat de verantwoordelijkheid van de gever eindigt zodra hij het geld overhandigt aan een betrouwbare instantie. Men hoeft dus niet zelf de armen te gaan opzoeken; het delegeren is toegestaan zolang men zeker is van de integriteit van de organisatie.

Veelgemaakte fouten

  • Elke terugval compenseren. Sommige mensen menen dat bij elke overtreding van de eed een nieuwe kaffara verschuldigd is. In de Maliki‑madhhab hoeft dat niet, tenzij de eed herhaling bevat.
  • Onvoldoende voedsel geven. Een banaan of een broodje geven aan tien mensen is geen middelmatige maaltijd. De kaffara vereist graan, rijst of ander basismiddel.
  • Alleen een broek schenken. Het kledingstuk moet een volledige outfit zijn voor het gebed.
  • Vasten terwijl men rijk genoeg is. Vasten is pas toegestaan als u echt niet kunt voeden of kleden.

Conclusie

Het verbreken van een eed is geen kleine aangelegenheid. De Maliki‑school van fiqh leert ons echter dat Allah barmhartig is: één verbroken eed vereist maar één kaffara, mits er geen sprake is van herhalende formuleringen. De manier waarop we onze kaffara voldoen – voeden, kleden of zo nodig vasten – moet zorgvuldig gebeuren en de armen daadwerkelijk bereiken.

Gebruik eden spaarzaam en bedenk dat de beste bescherming tegen zonden altijd berouw, dua en goede gezelschap zijn. Mocht u toch hebben gezworen en uw eed gebroken, handel dan volgens de richtlijnen hierboven en vertrouw erop dat Allah vergevingsgezind is.

Deel via WhatsApp

Dit antwoord is algemeen van aard en vervangt geen persoonlijk advies. Twijfel je over jouw situatie? Stel je eigen vraag →

Gerelateerde vragen

Meer in de kennisbank
Stel een vraag