zondag , 18 april 2021
Koffie

Koffie: het goud van de burgerij

Dagelijks worden er 1,6 miljoen bekers koffie gedronken. Het is een van de meest populaire dranken in de wereld. Daarom wordt er veel in koffie gehandeld. Maar waar komt koffie eigenlijk vandaan?

Er zijn vele verhalen bekend over de oorsprong van koffie. De meest bekende is het verhaal van de Arabische herder in Ethiopië, genaamd Khalid. Hij leefde ongeveer in het jaar 800 na Christus. Op een dag liep hij met zijn kudde geiten door de Ethiopische vlakte. Hij merkte dat de geiten levendig werden na het eten van de bessen van een bepaalde plant. Hij wilde het zelf ook proberen en at de bessen. Het proefde lichtzoet en bestond uit een laagje vruchtvlees, met zaadjes in de kern. Toen hij op de zaadjes kauwde, voelde hij dat hij meer energie kreeg en minder snel moe werd. In de loop van de tijd werd er geëxperimenteerd met de bessen en probeerde men de bessen te branden. Op die manier is koffie ontstaan.

Het valt niet met feiten te controleren of dit verhaal klopt. Wat wel zeker is, is dat Arabieren de eersten zijn die voorkomen in de feitelijke bronnen over koffie. In de 15e eeuw waren het de soefistische Jemenieten in de stad Mocha die de bessen brandden en brouwden, op dezelfde manier als tegenwoordig wordt gedaan. Ze noemden het koffiebrouwsel ‘qahwa’, wat ‘het opwindende’ betekent. De Jemenieten dronken koffie om ‘s nachts wakker te kunnen blijven zodat ze de nachtelijke aanbidding konden verrichten. In de 15e eeuw maakte dit koffiebrouwsel al deel uit van het dagelijkse leven in Jemen. Dankzij handelaren en reizigers werd de koffieboon verspreid naar de rest van het Arabisch Schiereiland, Egypte, Perzië en Turkije en groeide koffie tot een populaire drank onder de bevolking. Op deze manier ontstonden ook koffiehuizen, de eerste was in Mekka. Mekka is altijd het belangrijkste pelgrimsoord in de regio geweest waar pelgrims uit alle delen van de wereld verzamelden en dat verklaart ook de snelle verspreiding van koffie. Koffiehuizen waren een vast onderdeel van het straatbeeld geworden. In deze koffiehuizen kon men gezellig samenkomen om nieuws, gedichten en verhalen uit te wisselen onder het genot van het verkwikkende drankje.

“Koffie is het goud van de burgerij. Door het drankje voelt de mens zich rijk en nobel, net zoals bij goud.” Sheikh Abdul Qadir in zijn werk over de geschiedenis van koffie (1588).

“Een drank zo donker als inkt, bruikbaar tegen tal van ziekten, met name die van de maag. Het is samengesteld uit water en de vrucht van een struik genaamd Bunny.”

Beschrijving van koffie door de Duitse arts Leonhard Rauwolf tijdens zijn reis in het Midden-Oosten (1583).

In Europa zette koffie voor het eerst voet aan wal in Venetië. In Venetië, dat in die tijd een belangrijke Europese handelsstad was, werden goederen uit Noord-Afrika en het Midden-Oosten verhandeld. Dat bracht ook de import van koffie met zich mee uit Egypte. In 1592 verscheen er in Venetië een boek met daarin zeer gedetailleerde tekeningen en beschrijvingen van de koffieplant, geschreven door de Italiaanse arts Prosper Alpinus. Vanuit Venetië veroverde de koffie half Italië.
In eerste instantie stuitte dit tegen het verzet van de christenen. Paus Clemens VIII, die koffie het ‘verkwikkende drankje’ of het ‘duivelse brouwsel’ noemde, wilde het verbieden. Echter, hier kwam hij van terug en sprak de zegen over drankje uit alsof het een door God gegeven geschenk was. Vanaf dat moment kochten de Venetiaanse kooplieden schepen vol koffie en opende in Venetië in 1645 het allereerste Europese koffiehuis.

De Nederlandse Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) importeerde als eerst op grote schaal koffie. In eerste instantie was koffie niet zo interessant voor de VOC, maar vanaf 1660 werd de handel interessant omdat de vraag naar koffie steeg. Om aan deze vraag te voldoen vestigden ze een handelshuis in Mokka, waardoor de VOC uitgroeide tot de belangrijkste aanvoerlijn richting Europa. De prijs van koffie bleef stijgen en daarom zochten de Nederlanders naar een oplossing. Het lukte de Nederlanders om in Aden (Jemen) een koffieboom te stelen, het mee te nemen en op Java (Indonesië) te planten. In een snelle tijd slaagden de Nederlanders erin om op grote schaal koffie te verbouwen. De koffieaanplant op Java werd zelfs groter dan in Arabië. Hierdoor werd Amsterdam het nieuwe centrum van de wereldwijde koffiehandel en verstootte hiermee Mocha van de eerste plaats.

De Europeanen consumeerden koffie op dezelfde manier als de Arabieren. De traditie van de Arabieren bestond uit het mengen van koffiepoeder, suiker en water waarna dit werd gekookt. Omdat de koffie niet werd gefilterd, bleef er altijd koffiedik in het kopje. In 1683 kwam daar verandering in. In Wenen werden de Turken verslagen, waarbij ze grote hoeveelheden koffie achterlieten. De Weense monnik Marco d’Aviano (in de order van minderbroeders Capuchin) was in die tijd  actief in de ‘Heilige Alliantie’ en sprak de soldaten moed in. Na de oorlog kreeg hij een handvol gebrande koffiebonen in zijn bezit. Toen hij hier koffie van maakte, vond hij het bitter smaken. Hij mengde daarom de koffie met melk en honing, waardoor de koffie lichter werd van smaak. Om deze reden werd die koffie cappuccino genoemd. Tegenwoordig drinken mensen wereldwijd koffie met een punt taart of gebak om – zoals de Wenenaren het zeggen – ‘stijlvol tijd te verliezen’.

Een hedendaags gezegde in Turkije luidt:

“Samen koffie drinken staat garant voor veertig jaar vriendschap.”