zondag , 1 augustus 2021

Noch hun vlees noch hun bloed bereiken Allah

“Noch hun vlees noch hun bloed bereiken Allah, doch het is uw vroomheid, die voor Hem telt. Daarom hebben wij ze u onderworpen om u de grootheid van Allah te laten uitroepen vanwege zijn leiding voor u. En kondig het goede nieuws aan de weldoeners.” (Soeratoel hajj:37)

Allah zegt: dit offer is u voorgeschreven opdat u Hem zult herinneren ten tijde van het slachten, aangezien Hij de Schepper en de Voorziener in onderhoud is. Niets van zijn vlees of bloed bereikt Hem, aangezien Hij niemand anders nodig heeft. Tijdens de Jahilliya (de tijd voorafgaand aan de islam), toen zij offers brachten aan hun goden, legden zij wat vlees van hun offerdieren op hun afgoden, en sprenkelden bloed over hen, doch Allah zegt:

“Noch hun vlees noch hun bloed bereiken Allah,

Ibn Abu Hatim (een belangrijke geleerde in de wetenschap van de tafsier) leverde over in zijn Tafsier dat Ibn Jurayj (een leerling van een aantal metgezellen van de profeet vrede zij met hem) zei: “De mensen van de Jahilliya gooiden gewoonlijk het vlees van hun offerdieren op het Huis en sprenkelden het bloed erop en de metgezellen van de Boodschapper van Allah zeiden: “Wij hebben meer recht dat te doen.” Vervolgens openbaarde Allah de woorden ” Noch hun vlees noch hun bloed bereiken Allah, doch het is uw vroomheid, die voor Hem telt.”

Dat is wat Hij zal accepteren en waar Hij voor zal belonen, zoals vermeld in de Sahieh: -“Allah kijkt niet naar je uiterlijk of je kleur, doch Hij kijkt naar je hart en je daden.”

En in de Hadith: -“Inderdaad liefdadigheid valt in de Hand van Ar-Rahman (de Meest Barmhartige) voor deze valt in de hand van degene, die vraagt.”

– “Derhalve hebben Wij ze aan u onderworpen.” (Soeratoel hajj:37)

-“om u de grootheid van Allāh te laten uitroepen vanwege Zijn leiding voor u.” (22 Soeratoel Hejj: 37) betekent opdat u Hem zult prijzen dat Hij u naar Zijn religie leidde en Zijn wetten, hetgeen waarvan Hij houdt en waarmee Hij tevreden is, en u verbood alles te doen wat Hij haat en verwerpt.

“En kondig het goede nieuws aan, aan de weldoeners.”

Betekent ‘geef goed nieuws, o Mohammed, aan degenen, die goed doen,’ dit wil zeggen wiens daden goed zijn en die binnen de door Allah voorgeschreven grenzen blijven, die volgen wat hun is voorgeschreven, die geloven in de Boodschapper en volgen wat hij overbracht van zijn Heer.

Abu Hanifa, Malik en Thauwri zeiden: “Voor iedere moslim, die een belastbaar vermogensniveau bezit, is het offeren verplicht.” Abu Hanifa voegde de conditie toe dat hij een ingezetene is. Ibn ‘Oemar zei: “De Boodschapper van Allah bleef tien jaar offers brengen.” Dit was overgeleverd door At-Tirmidhi. Ash-Shafi’ en imam Ahmed zeiden: “Offeren is niet verplicht, doch het verdient de voorkeur,”

Abu Eyyoeb zei: “Ten tijde van de Boodschapper van Allah zou een man een schaap offeren uit naam van hemzelf en van alle leden van zijn huishouding, en zij zouden ervan eten en anderen voeden tot de mensen begonnen te pochen (door er meer dan één te offeren) en de zaken bereikten het stadium dat u nu ziet.”

Dit was overgeleverd door At-Tirmidhi en Ibn Majeh. ‘Abdullah ibn Hisham slachtte gewoonlijk een schaap uit naam van zijn gehele gezin; dit was overgeleverd door Al Bukhari.