zondag , 1 augustus 2021

Tafsier Basmalah

  1. Deze gezegende uitdrukking Bismi-llaahi’r-Rah maani’r-Rahiem, vertaald als – In de naam van God, de Barmhartige, de Genadevolle (de Erbarmer) -, kortweg de Basmalah genoemd, is een van de symbolen van de islam. Moslims beginnen iedere goede, deugdzame handeling met het uitspreken ervan. Het deel bi betekent hier zowel “in” als “met” waarmee, afhankelijk van de wet- ten van de Barmhartige, alles wat iedereen doet, hij of zij in en met Zijn naam doet. De mensen, begunstigd met een vrije wil, zouden altijd het goede moeten doen en dat in Gods naam moeten doen om Hem te behagen, waarbij ze hun inspanningen in en met de naam van God zouden moeten beginnen.

Door sommige geleerden wordt de Basmalah als het eerste vers van iedere soera (hoofdstuk) van de Koran beschouwd, met uitzondering van de negende soera. Volgens de Hanafitische rechtsschool is het een vers, maar wordt het niet als het eerste vers van iedere soera gezien. Het is het eerste vers van soera al-Faatihah, de openingssoera van de Koran, en wordt vanwege haar belang en zegeningen vooraan ieder hoofdstuk geschreven als ook om de hoofd- stukken van elkaar te scheiden. In ieder geval is het een koord van licht, dat zich vanaf de Hoogste Troon van God naar de harten van mensen uitstrekt. Zij die in het besef van haar betekenis eraan vastklampen en erdoor worden verlicht, kunnen het hoogste punt van de menselijke volmaaktheid bereiken.

  1. Het Arabische woord ism wordt vertaald met “naam”. Het is afgeleid van de stam SaMa Wa (s-m-w) dat “hoog” of “verheven” betekent, of van WaSaMa dat een “teken” betekent. (Zo betekent samaawaat “lucht” of “hemel”, omdat die verheven zijn.) Het zinsdeel “De naam van God” herinnert ons eraan dat God verheven is als het Goddelijke Wezen dat namen heeft, de Enige tot wie we ons kunnen richten en het enige Goddelijke Wezen dat we bedoelen en waar we aan denken als wij het woord God uitspreken.

Wat Zijn wezen of essentie (Dhzaat) betreft, is kennis van God (in de betekenis van het Arabische ilm) onmogelijk. Aangezien er niemand Hem lijkt of met Hem te op vergelijken is, is het onmogelijk Zijn essentie te vatten of te doorgronden. Wel kunnen we God herkennen of enige kennis van Hem hebben (in de betekenis van het Arabi sche ma’rifah) aan de hand van Zijn werken, handelingen, namen, eigenschappen en essentiële kwaliteiten (Sjoe ‘oen). Aandacht voor Zijn werken (wat we in de wereld zien in Zijn schepping) leidt ons tot bewustwording van Zijn handelingen. Dat bewustzijn leidt ons naar Zijn namen en eigenschappen die op hun beurt weer leiden naar Zijn essentiële kwaliteiten, en vandaar naar bewustwording van de Ene, Die deze kwaliteiten bezit.

  1. Allah, vertaald met “God”, is de eigennaam van het Goddelijk Wezen dat Zijn schepselen individueel en als geheel, creëert en bestuurt; Die ieder van hen en al les onderhoudt, opvoedt, ondersteunt, beschermt en leidt; Die doet vergaan en laat herrijzen; Die beloont en straft, enzovoorts. Al Zijn eigenschappen zijn eigenschappen van absolute volmaaktheid. Hij is absoluut vrij van enig gebrek. Hij is uniek en enkelvoudig in die zin dat er niets aan Hem gelijk is, of op Hem lijkt en er niets is dat met Hem vergeleken kan worden. Hij gaat elke menselijke voorstelling te boven. “Ogen kunnen Hem niet bevatten, maar Hij omvat wel alle ogen.” (6:103).

 

God is het unieke, enkelvoudige Wezen met het exclusieve recht om aanbeden te worden en tot enig levensdoel te worden gemaakt. Hij wordt in en om Zichzelf bemind. Alles is afhankelijk van Hem en bestaat door Hem. Alle waarheden hebben hun oorsprong in Hem. Zijn bestaan is zo duidelijk dat iemand aan zijn eigen bestaan kan twijfelen, maar niet aan Zijn bestaan kan en mag twijfelen. Door de dichtheid en volledigheid van Zijn manifestaties kunnen ogen Hem niet zien. Zijn licht vormt een sluier voor de ogen. Hij wordt aanbeden, omdat Hij dat waard is als God en niet andersom dat Hij God is, omdat Hij het object van aanbidding is.

  1. De uitdrukking “de Barmhartige” is een vertaling van het Arabische ar-Rahmaan. Ar-Rahmaan is een essentiële eigenschap van God, die niet volledig nauwkeurig in een andere taal kan worden vertaald. Hoewel Ar-Rahmaan een eigenschap van God is kan dit vrijwel altijd als synoniem voor de naam “God” (Allah) worden gebruikt, omdat deze eigenschap alleen aan God wordt toegeschreven. Het betekent: de Ene met oneindig veel genade, Die de hele schepping met Zijn genade, gratie en gunsten, inclusief de gehele mensheid omhelst, zonder onderscheid te maken tussen gelovigen en ongelovigen. Hij geeft leven, onderhoudt, voorziet en begiftigt hen met de capaciteiten die elk van hen nodig heeft. God heeft het universum geschapen uit en als manifestatie van de genade die Zijn naam ar-Rahmaan omvat.

 

  1. Het andere aspect van de Goddelijke manifestatie kan wellicht worden begrepen door een vergelijking met de specifieke manifestatie van de zon op elk afzonderlijk ding, in overeenstemming met het vermogen van dat ding. Dit is Gods specifieke manifestatie in ieder ding met een paar van Zijn namen, waar de andere namen onder- geschikt aan zijn. Deze manifestatie is het resultaat van Gods eigenschap ar-Rahiem, wat vertaald wordt als “de Genadevolle” of als “de Erbarmer”, en wordt “de manifestatie van de Goddelijke absolute Eenheid of de Uniciteit” genoemd (at-tadjallie al-Ahadiyah). Als ar-Rahmaan (de Barmhartige) omvat God de gehele schepping zonder onderscheid te maken tussen geloof en ongeloof, waarheid en leugen, goed en fout, mooi en lelijk, goed en kwaad, terwijl Hij als ar-Rahiem (de Erbarmer) vooral genadig is met betrekking tot geloof, rechtvaardigheid, waarheid, juistheid, schoonheid en goedheid in zowel deze wereld als, en vooral, in de andere wereld in het hiernamaals. Niemand heeft een aandeel in het tot stand komen van zijn bestaan [d.w.z. niemand heeft enige zeggenschap over zijn eigen ontstaan en schepping], over de bepaling van de plaats of tijd van zijn geboorte en dood, ras, huidskleur, fysieke kenmerken en het functioneren van zijn lichaam. Deze zijn alle afhankelijk van de absolute keuze van God als de Barmhartige en kunnen dan ook geen reden voor men voor superioriteit of inferioriteit, of discriminatie tussen mensen. Echter kunnen de bewuste bewoners van de aarde (de djinn en de mensen zie soera 46 voetnoot 10) kiezen tussen geloof en ongeloof, rechtvaardigheid en onrechtvaardigheid, goed en fout, goed en kwaad, waarheid en leugen door hun vrije wil te gebruiken en zijn ze daarom verantwoordelijk voor hun keuzes. Als zijnde Ar-Rahiem (de Erbarmer) helpt God degenen die geloof, rechtvaardigheid en het goede in deze wereld verkiezen en beloont Hij hen met eeuwig geluk in het hiernamaals. Door ar-Rahmaan (de Barmhartige) zijn wij op aarde gekomen. Door ar-Rahiem (de Erbarmer) kunnen wij onze vrije wil gebruiken om de juiste keuzes te maken, de fantastische werken van Gods kunst doorgronden, weten wat geloof, religie en profeetschap inhouden en het ware, eeuwige geluk in het paradijs bereiken.