Doneer Stel een vraag
Artikelen

Vegen over sokken? Wat de 4 soennitische wetscholen écht zeggen

Vier madhhabs Leestijd 4 min Bijgewerkt 14 april 2026

De klassieke bronnen leggen duidelijk uit dat de verlichting van masḥ (vegen) alleen geldt voor stevige voetbekleding die de voeten geheel bedekt en die als schoeisel kan dienen. Dunne hedendaagse sokken van katoen of nylon vallen daar niet onder. Hieronder de kern van de vier madhabs met verwijzingen naar de Arabische literatuur:

  1. Ḥanafi‑school: Volgens ʾAbū Bakr al‑Kāsānī is er volledige overeenstemming binnen de Hanafi‑school dat het vegen over dunne sokken die water doorlaten niet toegestaan is.[1] Men mag alleen vegen over leren sokken of dikke sokken (mujallad of munaʿl) die de voeten volledig bedekken en waarin men kan lopen. Imam Abū Ḥanīfa stond aanvankelijk niet toe om over dikke niet‑leren sokken te vegen, maar sloot zich later aan bij de mening van zijn leerlingen dat dit wel kan. Hanafieten onderstrepen dat de sokken dik moeten zijn en het water niet mogen doorlaten.
  2. Mālikī‑school: De Malikitische standaardopvatting beperkt het vegen tot sokken waarvan zowel boven- als onderzijde met leer bekleed zijn. Khalīl ibn Isḥāq formuleert het zo: het is alleen toegestaan over een ‘leren sok’ te vegen waarvan zowel de buitenkant als de binnenkant van leer is. Dikke katoenen of wollen sokken zonder leer worden dus niet geaccepteerd.[2]
  3. Shāfiʿī‑school: In de al‑Majmūʿ citeert Imam al‑Nawawī de gezaghebbende mening dat er slechts over sokken geveegd mag worden wanneer zij dik zijn, de gehele voet met enkel bedekken en men er achtereenvolgens in kan lopen. Een leerzool is niet noodzakelijk, maar de sok moet een stevig schoeisel‑karakter hebben. Dunne of doorzichtige sokken zijn volgens al‑Nawawī en andere Shafiʿi‑geleerden ongeldig voor masḥ.[3]
  4. Ḥanbalī‑school: Hanbalitische bronnen stellen eveneens twee voorwaarden: de sok moet dik zijn en men moet er goed op kunnen lopen zonder dat ze omvallen. Ibn Qudāmah zegt in al‑Mughni dat men alleen mag vegen over “de dikke sok die niet afzakt wanneer men ermee loopt”.[4] Imam Aḥmad verklaart dat er geen bezwaar is om te vegen over zulke sokken, of zij nu een leren zool hebben of niet, zolang zij stevig blijven en lopen mogelijk maken.

Consensus over dunne sokken

Talrijke klassieke bronnen benadrukken dat dunne sokken die water doorlaten niet onder deze verlichting vallen. Al‑Kāsānī schrijft dat men het er unaniem over eens is dat “dunne sokken waar water doorheen zichtbaar is” geen vegen toestaan. Ibn al‑Qaṭṭān al‑Fāsī vermeldt in zijn boek al‑Iqnaʿ dat alle geleerden het erover eens zijn dat wanneer de sok niet dik is, het vegen niet toegestaan is. Deze consensus wordt herhaald in de hedendaagse verzameling fatāwā van de Permanent Committee, die stelt dat sokken “dik en ondoorzichtig” moeten zijn.

Minderheidsmeningen

Er zijn enkele oude overleveringen dat sommige sahāba en vroege geleerden over dunne sokken veegden. Moderne geleerden zoals Shaykh Ibn ʿUthaymīn en Shaykh al‑Albānī vonden dat zelfs dunne of doorschijnende sokken gebruikt mogen worden, omdat zij geen bewijs zien voor de eis dat het materiaal dik moet zijn. Deze mening is echter een minderheidsstandpunt en wijkt af van de vier gevestigde madhabs. De meeste hedendaagse juristen houden vast aan de klassieke voorwaarden en achten masḥ over dunne sokken ongeoorloofd.

Conclusie

Arabische fiqh‑bronnen (onder meer Bidāʿiʿ al‑Ṣanāʿiʿ, al‑Mudawwana, al‑Majmūʿ en al‑Mughni) leren dat alle vier soennitische rechtsscholen het vegen over sokken niet toestaan behalve onder strikte voorwaarden: de sok moet dik zijn, de hele voet inclusief enkels bedekken en schoeisel‑achtig zijn zodat men erop kan lopen. Hedendaagse dunne nylon of katoenen sokken voldoen niet aan deze criteria; volgens de consensus van de oude geleerden mag men daar niet over vegen. Hoewel enkele moderne geleerden een soepelere mening hebben, is dit niet de norm binnen de soennitische rechtstraditie.

 

[1] ʿAlāʾ al-Dīn al-Kāsānī, Badā’iʿ al-Ṣanā’iʿ fī Tartīb al-Sharā’iʿ, 1/10.

[2] Khalīl ibn Isḥāq al-Jundī, Mukhtaṣar al-ʿAllāmah Khalīl, p. 23.

[3] SunnaOnline, “tekst nr. 1485”, geraadpleegd via:
https://www.sunnaonline.org/text.php?action=show&id=1485

[4] Ibn Qudāmah, al-Mughnī, 1/215.

Deel via WhatsApp

Dit antwoord is algemeen van aard en vervangt geen persoonlijk advies. Twijfel je over jouw situatie? Stel je eigen vraag →

Gerelateerde vragen

Meer in de kennisbank
Stel een vraag