Doneer Stel een vraag
Q&A

Wat is volgens de fiqh het oordeel over het zeggen van “آمين” (āmīn) na al-Fātiḥah in het gebed? En hoe kijken de Mālikī- en Ḥanafī-madhhab hiernaar?

Vier madhhabs Leestijd 2 min Bijgewerkt 2 februari 2026

De geleerden zijn het unaniem eens dat het zeggen van “آمين” na het reciteren van سورة الفاتحة een soenna is in het gebed.

Dit is gebaseerd op de bekende overlevering van Abū Hurayrah رضي الله عنه, waarin de Profeet ﷺ zei:

«إِذَا قَالَ الإِمَامُ: غَيْرِ الْمَغْضُوبِ عَلَيْهِمْ وَلَا الضَّالِّينَ، فَقُولُوا آمِينَ»

“Wanneer de imam zegt: {غَيْرِ الْمَغْضُوبِ عَلَيْهِمْ وَلَا الضَّالِّينَ}, zeg dan: آمين.”
(al-Bukhārī)

Hieruit blijkt dat āmīn geen onderdeel van de Koran is, maar een duʿāʾ (smeekbede) ter bevestiging van wat in al-Fātiḥah wordt gevraagd.

Nadruk: Mālikī- en Ḥanafī-madhhab
1. Zeg je “آمين” hardop of zacht?

Volgens zowel de Ḥanafī- als de Mālikī-madhhab geldt:

Het zeggen van āmīn is soenna

Het zacht (stil) zeggen van āmīn is óók soenna

Met andere woorden:
➡️ er zijn twee afzonderlijke soenna’s:

het zeggen van āmīn

het zacht zeggen ervan

De Ḥanafī-geleerden geven expliciet aan dat zelfs als iemand āmīn hardop zegt, de basis-soenna van āmīn alsnog is vervuld, maar dat het ideale en aanbevolen is om het zacht te doen.

De Mālikī-geleerden onderbouwen dit door te stellen dat āmīn een duʿāʾ is, en dat de grondregel bij duʿāʾ het verbergen (الإخفاء) is.

2. De positie van de imam bij Mālikī’s

Binnen de Mālikī-madhhab geldt een belangrijke nuancering:

Voor de imam in een hardop gebed (ṣalāt jahrīyah) wordt het zeggen van āmīn niet aanbevolen

Als de maʾmūm (volger) het einde van al-Fātiḥah van de imam niet hoort, met name {ولا الضالين},
dan wordt het zeggen van āmīn afgeraden (makrūh)

De reden hiervoor is voorzichtigheid:
men wil voorkomen dat āmīn op een onjuist moment wordt gezegd, bijvoorbeeld tijdens een vers over bestraffing.

Volgens de Mālikī-geleerden moet de maʾmūm in dit geval niet “gokken” op het juiste moment, omdat dat kan leiden tot fouten in het gebed.

De Shāfiʿī- (en Ḥanbalī-) mening: een geldige uitzondering

De Shāfiʿī- en Ḥanbalī-madhhab nemen hierin een andere, maar valide positie in:

In hardop gebeden zeggen imam, maʾmūm en munfarid āmīn hardop

In stille gebeden zeggen zij het zacht

Zij adviseren een korte pauze na al-Fātiḥah, zodat duidelijk is dat āmīn geen Koranvers is

Deze visie is gebaseerd op hun interpretatie van de overleveringen en is fiqhisch correct, maar niet de dominante praktijk binnen de Mālikī- en Ḥanafī-traditie.

Deel via WhatsApp

Dit antwoord is algemeen van aard en vervangt geen persoonlijk advies. Twijfel je over jouw situatie? Stel je eigen vraag →

Gerelateerde vragen

Meer in de kennisbank
Stel een vraag