Een praktische gids volgens de Maliki- en Hanafi-school
Gebaseerd op authentieke hadithcollecties en klassieke madhhabbronnen
Een zons- of maansverduistering is indrukwekkend om te zien. Maar wat doe je als moslim op zo’n moment? De Profeet ﷺ bleef niet alleen kijken. Hij haastte zich naar het gebed, riep Allah aan en herinnerde de mensen aan het Hiernamaals.
In dit artikel lees je vooral hoe je dit gebed verricht. Omdat de uitvoering binnen de Maliki- en Hanafi-school verschilt, behandelen we beide scholen apart. Zo voorkom je dat je onderdelen uit verschillende madhhabs door elkaar haalt.
Eerst dit: kusūf of khusūf?
Meestal wordt al-kusūf (الكسوف) gebruikt voor een zonsverduistering en al-khusūf (الخسوف) voor een maansverduistering. Khusūf begint met de Arabische khāʾ en wordt dus niet als “gusūf” uitgesproken. In klassieke boeken worden de twee woorden soms door elkaar gebruikt. Je kunt daarom in een oud Maliki- of Hanafi-boek khusūf al-shamstegenkomen, terwijl de auteur een zonsverduistering bedoelt.1
Waarom bidden moslims bij een verduistering?
Op de dag dat Ibrāhīm, het zoontje van de Profeet ﷺ, overleed, verduisterde de zon. Sommige mensen dachten dat de zon verduisterde vanwege zijn dood. De Profeet ﷺ maakte direct duidelijk dat dit niet klopte:
“De zon en de maan zijn twee tekenen van de tekenen van Allah. Zij verduisteren niet vanwege de dood of het leven van iemand.”2
Een verduistering is dus geen voorteken dat verbonden is aan de geboorte of dood van een persoon. Dat we de astronomische oorzaak kennen en een verduistering kunnen voorspellen, verandert daar niets aan. De zon en de maan blijven tekenen van Allah. De Koran zegt: “Kniel niet neer voor de zon en ook niet voor de maan, maar kniel neer voor Allah, Die hen heeft geschapen.”4
De Profeet ﷺ zei ook dat Allah Zijn dienaren met deze tekenen bevreesd maakt.3 Dat betekent niet dat wij bij iedere verduistering mogen beweren dat een bepaalde groep wordt gestraft. Het betekent dat we wakker moeten worden uit onze achteloosheid en ons tot Allah moeten wenden.
Wat doe je tijdens een verduistering?
De authentieke overleveringen noemen meerdere daden:
Er is geen gewone adhān en geen iqāmah voor het verduisteringsgebed. Het gebed hoort bij de verduistering zelf. Is de verduistering volledig voorbij voordat je bent begonnen, dan wordt dit bijzondere gebed niet ingehaald.
Daarna komen de verschillen tussen de madhhabs. Het grootste verschil zit in het aantal rukūʿs: de Maliki bidt bij een zonsverduistering twee rukūʿs per rakʿah; de Hanafi bidt één rukūʿ per rakʿah.
Maliki: het gebed bij een zonsverduistering
Binnen de bekende Maliki-positie is dit gebed een sterk benadrukte sunnah. Het wordt bij voorkeur gezamenlijk in de moskee gebeden. Wie niet bij de congregatie kan zijn, mag het alleen thuis bidden.6
Het gebed bestaat uit twee rakʿahs. Iedere rakʿah bevat twee recitaties en twee rukūʿs. In totaal verricht je dus vier rukūʿs. Volgens de mashhūr, de bekende positie binnen de school, reciteert de imam zacht. Er bestaat ook een Maliki-opvatting die hoorbare recitatie aanbeveelt, maar dat is niet de hoofdpositie.7
Zo bid je de eerste rakʿah
Zo bid je de tweede rakʿah
De tweede rakʿah wordt op dezelfde manier gebeden:
Deze vorm staat in de overleveringen van ʿĀʾishah en Ibn ʿAbbās in de Muwaṭṭaʾ van Imām Mālik: twee rakʿahs met in totaal vier rukūʿs en vier sujūds.8
Hoe lang bid je?
De recitatie en rukūʿs mogen lang zijn. Dat is juist kenmerkend voor dit gebed. Houd wel rekening met de mensen achter de imam. De eerste recitatie en eerste rukūʿ zijn het langst; daarna worden de onderdelen geleidelijk korter.
In de bekende latere Maliki-positie is de tijd van dit gebed gelijk aan die van het ʿĪd-gebed: vanaf het moment dat vrijwillig gebed na zonsopgang is toegestaan tot de zon haar hoogste punt bereikt. Al-Mudawwanah vermeldt daarnaast een overlevering van Ibn Wahb van Imām Mālik waarin het gebed ook op andere gebedstijden wordt toegestaan.9
Heb je het gebed voltooid terwijl de zon nog verduisterd is? Dan herhaal je hetzelfde bijzondere gebed niet. Je gaat verder met duʿāʾ, dhikr of gewone vrijwillige gebeden.10 Er is volgens de Maliki-school geen voorgeschreven formele khuṭbah, adhān of iqāmah voor dit gebed.7
Hanafi: het gebed bij een zonsverduistering
De Hanafi-boeken behandelen het zonsverduisteringsgebed als sunnah. Enkele Hanafi-juristen vonden het verplicht vanwege de gebiedende woorden in de hadith, maar de bekende handboeken noemen het een sunnah.13
Bij de Hanafi-school wordt het gebed verricht zoals een gewoon vrijwillig gebed: twee rakʿahs met één rukūʿ per rakʿah. Het gebed heeft dus niet de extra rukūʿs van de Maliki-vorm. De recitatie, rukūʿ en sujūd worden wel verlengd.14
Zo bid je de eerste rakʿah
Zo bid je de tweede rakʿah
Duurt de verduistering na de salām nog voort, blijf dan bezig met duʿāʾ, dhikr en istighfār totdat het licht terugkeert.
Zacht of hardop reciteren?
Volgens Imām Abū Ḥanīfah wordt in de congregatie zacht gereciteerd. Dit is de aangewezen Hanafi-positie. Imām Abū Yūsuf koos voor hoorbare recitatie; van Imām Muḥammad zijn verschillende overleveringen bekend. Al-Fatāwā al-Hindiyyah geeft voorrang aan de positie van Abū Ḥanīfah.15
De congregatie is aanbevolen. In de klassieke Hanafi-boeken wordt zij geleid door degene die bevoegd is het vrijdaggebed te leiden. Is zo’n imam er niet, dan bidden de mensen individueel. Er is geen adhān, iqāmah of formele khuṭbah. Om mensen bijeen te roepen kan al-ṣalātu jāmiʿah worden gezegd: “het gebed brengt ons bijeen”.16
Wat als de zonsverduistering na ʿAsr plaatsvindt?
Hier moet je onderscheid maken tussen de twee rechtsscholen. Met “na ʿAsr” bedoelen we hier: nadat het verplichte ʿAsr-gebed is verricht.
Volgens de Maliki-school
Volgens de bekende Maliki-positie uit al-Mudawwanah heeft het zonsverduisteringsgebed hetzelfde tijdvenster als het ʿĪd-gebed: vanaf het moment waarop vrijwillig gebed na zonsopgang is toegestaan tot aan het middaguur (zawāl). Vindt de verduistering pas na ʿAsr plaats, dan wordt het bijzondere gebed volgens deze positie dus niet verricht. Men houdt zich bezig met duʿāʾ, dhikr, istighfār en andere goede daden.9
Er is binnen de Maliki-school ook een tweede overlevering van Imām Mālik. Daarin loopt de tijd van zonsopgang tot zonsondergang en zou het gebed ook na ʿAsr worden verricht zolang de zon nog verduisterd is. Al-Dasūqī noemt echter de eerste positie als de overlevering van al-Mudawwanah; die positie wordt in dit artikel gevolgd.9
Volgens de Hanafi-school
Volgens de Hanafi-school wordt na het verrichten van het ʿAsr-gebed geen vrijwillig gebed verricht tot zonsondergang. Omdat het zonsverduisteringsgebed als een vrijwillig gebed wordt behandeld, bidt men het op dat moment niet. In Kitāb al-āthār staat expliciet dat wanneer de zon verduistert op een tijd waarop niet wordt gebeden — waaronder na ʿAsr — men duʿāʾ blijft doen totdat de verduistering voorbij is of een toegestane gebedstijd aanbreekt terwijl de verduistering nog voortduurt.19
Moet iemand het verplichte ʿAsr-gebed nog verrichten, dan krijgt dat verplichte gebed voorrang. Na ʿAsr richt men zich tijdens de resterende verduistering op duʿāʾ, dhikr, istighfār en berouw, zonder een apart kusūf-gebed te beginnen.
En bij een maansverduistering?
Bij een maansverduistering komen de Maliki- en Hanafi-school dichter bij elkaar: beide schrijven geen bijzondere gezamenlijke gebedsvorm voor zoals bij de zonsverduistering.
Volgens de Maliki-school
De aangewezen Maliki-positie noemt het gebed aanbevolen (mandūb); andere Maliki-teksten noemen het een sunnah. Je bidt gewone vrijwillige gebeden van telkens twee rakʿahs, met één rukūʿ per rakʿah. Omdat het een nachtgebed is, reciteer je hoorbaar. Je mag telkens twee rakʿahs blijven bidden totdat de verduistering voorbij is, de maan ondergaat of fajr aanbreekt.11
Volgens de bekende positie bid je thuis en individueel. Een congregatie vormen en het gebed in de moskee verrichten, wordt in de latere aangewezen positie afgeraden. Al-Mudawwanah verwoordt Imām Māliks positie als volgt: de mensen bidden “twee aan twee zoals een vrijwillig gebed, verrichten duʿāʾ en vormen geen congregatie”.12
Volgens de Hanafi-school
Ook volgens de Hanafi-school bid je bij een maansverduistering individueel. Het gaat om gewone vrijwillige rakʿahs, niet om een voorgeschreven congregatie. Al-Kāsānī schrijft in Badāʾiʿ al-ṣanāʾiʿdat het gebed een goede daad is, maar “bij ons niet gezamenlijk wordt gebeden”.17 Al-Fatāwā al-Hindiyyah noemt twee rakʿahs die ieder afzonderlijk bidt.18
Maliki en Hanafi naast elkaar
|
Onderdeel |
Maliki: zon |
Hanafi: zon |
Maliki: maan |
Hanafi: maan |
|
Vorm |
2 rakʿahs, 2 rukūʿs per rakʿah |
2 rakʿahs, 1 rukūʿ per rakʿah |
gewone nafl per 2 rakʿahs |
gewone nafl |
|
Recitatie |
zacht volgens de mashhūr |
zacht volgens de aangewezen positie |
hoorbaar |
als individueel nachtelijk nafl-gebed |
|
Congregatie |
aanbevolen |
aanbevolen met bevoegde imam |
thuis en individueel |
individueel |
|
Adhān en iqāmah |
nee |
nee |
nee |
nee |
|
Formele khuṭbah |
nee |
nee |
nee |
nee |
De belangrijkste les
Een verduistering is niet alleen een bijzonder moment om te bekijken of te fotograferen. De sunnah leert ons om op te staan en te bidden. De Profeet ﷺ combineerde daarbij ontzag met hoop: hij bad, deed duʿāʾ en spoorde aan tot liefdadigheid.
Kijk dus gerust naar de tekenen van Allah — bij een zonsverduistering alleen met de juiste oogbescherming — maar vergeet niet waarom de Profeet ﷺ ons leerde omhoog te kijken: zodat het hart zich opnieuw tot de Schepper richt.
Bronnen en verantwoording
De fiqh hierboven is rechtstreeks gecontroleerd in klassieke Maliki- en Hanafi-werken. De links van Islamweb verwijzen naar gedigitaliseerde tekstweergaven van die klassieke boeken; Islamweb is hier dus de host, niet de auteur van de madhhabpositie. Paginanummers kunnen per gedrukte editie verschillen, zodat hoofdstuk en passage de veiligste verwijzing vormen.
1. Al-Dardīr/al-Dasūqī, Ḥāshiyat al-Dasūqī ʿalā al-Sharḥ al-kabīr, hoofdstuk “Ḥukm ṣalāt al-kusūf wa-l-khusūf”, 1:402–403: Arabische tekst.
2. Ṣaḥīḥ al-Bukhārī, nr. 1063, over het overlijden van Ibrāhīm: tekst en vertaling. Zie ook Ṣaḥīḥ Muslim, nr. 904c: tekst en vertaling.
3. Ṣaḥīḥ al-Bukhārī, nr. 1048: “Allah maakt Zijn dienaren ermee bevreesd”: tekst en vertaling; Ṣaḥīḥ Muslim, nr. 914: tekst en vertaling.
4. Koran 41:37: Arabisch en vertaling.
5. Ṣaḥīḥ al-Bukhārī, nr. 1044, hoofdstuk over ṣadaqah tijdens de verduistering: Arabisch en vertaling. Dezelfde tekst staat in Māliks Muwaṭṭaʾ, Boek 12, hadith 1/Arabische nummering 448: tekst.
6. Al-Ḥaṭṭāb, Mawāhib al-jalīl fī sharḥ Mukhtaṣar Khalīl, “Faṣl ṣalāt al-kusūf”, 2:201: Arabische tekst.
7. ʿUlaysh, Manḥ al-jalīl sharḥ Mukhtaṣar Khalīl, hoofdstuk over kusūf en khusūf, 1:469–470: Arabische tekst. Zie ook Ḥāshiyat al-Dasūqī, 1:402–403: Arabische tekst.
8. Mālik ibn Anas, al-Muwaṭṭaʾ, Kitāb ṣalāt al-kusūf, hadith 1–2: Arabisch en vertaling.
9. Saḥnūn, al-Mudawwanah al-kubrā, Kitāb al-ṣalāh al-thānī, “Ṣalāt al-khusūf”, 1:242–243, met beide overleveringen over het tijdstip: Arabische tekst. De latere aangewezen formulering staat bij al-Dasūqī in het hoofdstuk over de tijd van het gebed: Arabische tekst.
10. Al-Mudawwanah, dezelfde passage: wanneer het bijzondere gebed is afgerond maar de zon nog verduisterd is, wordt het niet als kusūf-gebed herhaald; men verricht duʿāʾ en eventueel gewone nafl: Arabische tekst.
11. Manḥ al-jalīl, 1:470: Arabische tekst; Ḥāshiyat al-Dasūqī, 1:402–403: Arabische tekst.
12. Al-Mudawwanah, 1:243: Arabische tekst.
13. Ibn al-Humām, Fatḥ al-qadīr, Bāb ṣalāt al-kusūf, 2:84–87, bespreekt sunnah en de minderheidsredenering voor verplichting: Arabische tekst. Ibn ʿĀbidīn, Radd al-muḥtār, noemt haar sunnah: Arabische tekst.
14. Al-Sarakhsī, al-Mabsūṭ, Bāb ṣalāt al-kusūf, 2:74–75: Arabische tekst; al-Kāsānī, Badāʾiʿ al-ṣanāʾiʿ, 1:281–282: Arabische tekst.
15. Al-Kāsānī, Badāʾiʿ al-ṣanāʾiʿ, 1:282, over zacht en hoorbaar reciteren: Arabische tekst. Dār al-Iftāʾ Dār al-ʿUlūm Deoband citeert al-Fatāwā al-Hindiyyah 1:152 voor de aangewezen positie: fatwa en citaat.
16. Ibn Nujaym, al-Baḥr al-rāʾiq sharḥ Kanz al-daqāʾiq, Bāb ṣalāt al-kusūf, 2:179–180: Arabische tekst; Ibn ʿĀbidīn, Radd al-muḥtār, 2:182–183: Arabische tekst.
17. Al-Kāsānī, Badāʾiʿ al-ṣanāʾiʿ, 1:282: Arabische tekst.
18. Al-Fatāwā al-Hindiyyah, 1:153, geciteerd in deze Hanafi-fatwa van Jāmiʿah ʿUlūm Islāmiyyah Binori Town: Urdu antwoord met Arabisch broncitaat.
19. Muḥammad al-Shaybānī, Kitāb al-āthār, 1:620, over een verduistering na ʿAsr: geen gebed op dat tijdstip, maar duʿāʾ totdat de verduistering voorbijgaat of een toegestane gebedstijd aanbreekt. De passage wordt met verwijzing naar de klassieke bron aangehaald door Islamic Portal: Arabische tekst en bronverantwoording. Zie ook al-Sarakhsī, al-Mabsūṭ, 2:76: Arabische tekst.
Was dit antwoord nuttig voor je?
Dit antwoord is algemeen van aard en vervangt geen persoonlijk advies. Twijfel je over jouw situatie? Stel je eigen vraag →
